het wordt tijd om mijn grootouders weer met rust te laten.
zondag 29 maart 2026
Gevonden
het wordt tijd om mijn grootouders weer met rust te laten.
donderdag 12 juni 2025
Traagheid
dinsdag 18 februari 2025
Planning, plannen, ongepland
zaterdag 31 augustus 2024
Alexithymie en projectie
zondag 24 september 2023
Missen is rijkdom
dinsdag 2 mei 2023
Familietrekken? Nee, autisme!
In die jeugdjaren kwam ik zo nu en dan met mijn ouders op een bijzondere plek, waar twee ooms van mij woonden.
Nieuw-Woelwijck in Sappemeer.
Mijn blinde vader ging daar zijn blinde broers opzoeken, die naast hun blindheid ook nog een geestelijke achterstand/beperking hadden en al vanaf hun kindertijd woonachtig waren in instellingen.
Ik was als kind licht huiverig voor die ooms van me. Snapte hun gedrag niet zo goed.
De ene was vrij kalm, maar de andere had een luide stem en kon grote gebaren maken die voor mij nogal onverwacht kwamen.
Maar het waren mijn vaders broers, het was familie en ik realiseerde me dat deze twee mannen op een gekke manier iets met mij te maken hadden.
In mijn volwassen jaren kwam ik ook met grote onregelmaat zo nu en dan bij hen op bezoek, met mijn ouders of alleen met mijn vader.
De ene oom genoot dan in stilte van ons bezoek (hij was ergens in zijn jeugd compleet gestopt met praten), de andere oom liet luidkeels weten dat bij bezoek twee dingen horen: chocola en auto.
Die woorden herinner ik me nog goed van hem.
Luid en duidelijk klonk het 'choocla' en 'autoe, autoe'.
Uiteraard hadden we chocola meegenomen en was het ritje met de auto maken vast onderdeel van de bezoeken.
Vandaag was ik voor het laatst op bezoek bij hem.
We namen definitief afscheid. Hij overleed een paar dagen terug.
Mijn vader was er niet bij, die overleed in 2021.
En evenmin zijn broer die altijd zijn gezelschap was, die overleed in 2020.
Ik hoorde vandaag herinneringen aan mijn oom opgehaald worden door de mensen die zo liefdevol hun werk doen dat het voelde alsof zij van een familielid afscheid namen.
En in zekere zin was dat ook zo.
Zij hadden hem immers op een dagelijkse basis meegemaakt en verzorgd.
Tijdens wat er verteld werd werd ook benoemd dat mijn oom autisme had.
Mijn zoon die meegekomen was realiseerde zich ter plekke dat autisme dus een familietrekje is, hij heeft het immers zelf ook.
En ik bedacht me hoe met terugwerkende kracht mijn herinneringen aan mijn oom en zijn broer in een nieuw licht kwamen te staan doordat ik in het gedeelde autisme van hen en mij en mijn zoons een glasheldere verwantschap voel.
Als kind vond ik het maar gek, dat er familie was die 'was blijven steken op het niveau van een 2-4 jarige', terwijl mijn broers en ik en iedereen die ik verder kende van mijn familie een goede ontwikkeling doorgemaakt hadden en normale volwassenen geworden waren.
Met wat aparte trekjes hier en daar, maar dat hoorde bij onze familie, dat waren familietrekjes.
Vandaag realiseer ik me dat die zogenaamde familietrekjes in feite exact de dingen zijn die ook mijn ooms bijzonder maakten.
Mijn oom wist zeer nauwgezet hoe de feesten in december elkaar opvolgen.
Hij begon al in oktober Sinterklaasliedjes te zingen.
En ik herinnerde me hoe bij mijn oudste zoon jaren lang de spanning al in oktober startte.
Mijn oom, zo werd verteld, presteerde het om zodra hij van Sinterklaas chocola gekregen had en dus wist dat hij weer uit het land vertrok, overging op het zingen van Kerstliedjes.
Ook dit herinnerde ik me van mijn zoon, dat de Sinterklaassfeer onmiddellijk doorging naar de Kerststress.
En zodra de Kerstviering geweest was liet mijn oom weten dat nu de oliebollen zouden komen.
Ook mijn zoon was vanaf Kerst zich prompt druk aan het maken over Oud en Nieuw. En in zijn geval liep het feestseizoen vrolijk door tot zijn verjaardag in februari. Pas daarna kalmeerde hij weer.
Ook de wijze waarop mijn oom zijn wensen luidkeels duidelijk maakte en regie wou houden over hoe lang hij bijvoorbeeld in bad zat (een dagelijks genoegen, zo hoorden we), deed me sterk denken aan mijn zoons in hun kindertijd.
Op hun tijd gingen ze in bad en op hun tijd kwamen ze er weer uit.
Vaste gewoontes hielpen om de stress binnen de perken te houden.
Er zijn ongetwijfeld nog veel meer voorbeelden en parallellen, maar wat ik vandaag vooral wil betogen is dat autisme helemaal niets te maken heeft met stress, of trauma, of welke oorzaak dan ook die we hadden kunnen voorkomen met zijn allen.
In de kern zijn het aangeboren zaken, die kunnen leiden tot een gezonde ontwikkeling of zo ernstig zijn dat er geestelijke achterstand blijft.
Mijn ooms waren niet dom. Ze waren wel beperkt.
Ze leefden levens die pasten bij hoe ze overkwamen en ingeschat werden en kwamen binnen die ruimte over als zeer gelukkig met elkaar en het leven dat ze samen leidden.
En waar hun omgeving volledig op hen aangepast was, was hun beperking geen handicap, maar de reden van de baan van de mensen die zo liefdevol voor hen zorgden.
Vandaag vertelde een van hen, dat ze in het begin wel moeite had gehad met mijn oom.
En hij ook met haar.
Dat had hij goed duidelijk gemaakt door haar niet toe te laten bij zijn badritueel.
'Naar huis' was zijn advies aan haar dan.
Maar uiteindelijk waren ze aan elkaar gewend geraakt en hadden elkaar leren waarderen.
Ze memoreerde hoe ze hem in het begin als een 'ongeduldige man' had gezien.
En toch, zo concludeerde ze, had hij haar en velen die hem hadden meegemaakt heel wat geleerd over geduld.
Ik herken dat enorm in de jaren waarin mijn zoons nog klein waren.
Geduld hadden hun ouders in wagonladingen nodig.
Een familietrekje? Nee, autisme!
vrijdag 31 maart 2023
Autismeweek
De zomertijd is begonnen!
Oh ja. Dat is waar.
Moet ik nu natuurlijk alle klokken op de juiste tijd gaan zetten.
Middelste zoon blijft de hele dag hardnekkig de oude tijd noemen en zich naar die tijd gedragen.
Het verzet houdt een dag of twee aan, dan heeft hij zich er toe kunnen zetten om zich toch bij de feiten neer te leggen, we leven in een ander uur dan wat hij als normaal beschouwt.
Het herinnert mij er aan hoe ik toen in mijn kindertijd de zomertijd werd ingevoerd er tot aan het terugzetten van de klok naar wintertijd last van hield dat ik 'een uur miste'. Het leek toen een 'kinderprobleem', maar ook mijn moeder had het en het heeft ons nog jarenlang elk jaar opnieuw danig dwars gezeten, dat ene uurtje dat de tijd verschoof.
Maandag 27 maart
Intakegesprek (somatische screening) voor jongste zoon (sinds eind november 'thuiszitter' geworden). Zijn hele leven dat pas vijftien jaren telt wordt doorgenomen. Alle bijzonderheden, zoals pas op zijn negende leren fietsen, maar het vervolgens heel goed kunnen, dat gelijk gekoppeld wordt aan de wijze waarop hij leerde praten (lekker veilig in zijn eentje in zijn eigen bed, pas als hij dat beheerste kwam het ook in bijzijn van anderen tevoorschijn).
Na afloop halen we de hond op en reizen door naar mijn moeder. Even iets leuks gaan doen, na dit enerverende uur waarin ook heel wat lastiger dingen langskwamen (zoals het RS-virus toen hij pas drie maanden was, waar hij bijna in gebleven was).
Het wordt zowaar een mini-familie-reünie als ook mijn broer nog binnenwandelt. Een gezellige middag hebben we samen, nadat er ook nog een gesprek met de huisarts van mijn moeder plaatsgevonden heeft, over haar wensen met betrekking tot behandelen als er iets gebeuren zou.
Dinsdag 28 maart
Longfunctie onderzoek voor middelste zoon.
Dat zijn moeder mee naar binnen gaat, ondanks zijn achttien levensjaren, is zeer nuttig blijkt al snel. De communicatie kan hier en daar wel een tolk gebruiken. Zoon vindt lichaamssignalen lastige dingen om te detecteren en dan ook nog te communiceren. Het apparaat waarmee de meting gedaan wordt in zijn mond nemen en rustig ademhalen alvorens de test begint kost hem gaandeweg meer moeite, wegens een lichamelijke kokhalsreactie. Dan bedenkt hij dat puur de blaasactie die gevraagd wordt mogelijk wel zonder problemen kan verlopen als hij het rustig ademhaalgedeelte achterwege laat. En inderdaad, op die wijze werkt het.
Naderhand bespreken we dat het bij hem even geduurd had voor hij zich realiseerde dat het rustig ademhalen geen onderdeel van de test was. Ik leg hem uit dat voor de meeste mensen het helpt om even rustig ademhalend te kunnen wennen aan het ademhalen via dat apparaat. Voor hem geldt dat niet, juist de rustige ademhaling maakt hem te zeer bewust van het feit dat er iets in zijn mond zit. Concentratie op het hard inademen, krachtig uitblazen en wederom diep inademen haalt alle aandacht weg bij dat gegeven.
Handig als je het doel van wat er van je gevraagd wordt goed inzichtelijk hebt, dan is een alternatieve mogelijkheid sneller bedacht.
Ik zet hem af op school en ga boodschappen doen, maar nog voor ik de auto uitstap heb ik een appje van hem. Hij is al om 13.00u vrij! (zijn taxi komt pas om 15.00u) En we schijnen er een mail over gehad te hebben. [die blijkt verzonden op het moment dat hij zijn blaastest deed, allebei gemist dus]
Ik pas mijn planning aan, rij met boodschappen naar huis, heb tijd om de hond uit te laten (jongste zoon was er niet in geslaagd wakker te worden, na de enerverende dag die achter hem ligt), kan even ademhalen met een kop koffie en realiseer me dat iets eten ook handig is nu, terwijl ik een weergave van de ochtend tik in een groep van vrouwen met autisme waar ik veel contact mee heb. Even mijn hoofd leegschrijven, het was nogal wat, de plannenwijzigingen. Ik was ook bijna te laat bij de afspraak gekomen van mijn zoon, omdat er ijs op de autoruit bleek te liggen.
Met een iets opgeruimder hoofd vertrek ik bijtijds naar de school van zoon (half uurtje van huis) en breng hem weer thuis. Dan tandenpoetsen en zelf de deur uit, naar de mondhygiëniste. Een afspraak die al een dag verzet was vanwege de afspraak van jongste zoon een dag eerder.
Woensdag 29 maart
De ochtend begint pittig. Middelste zoon komt wat moeilijker uit bed deze morgen (nu zijn verzet over de zomertijd gebroken is, is de realiteit aanvaarden nog steeds lastig) en schiet vervolgens in tijdstress gedrag dat al snel escaleert naar een meltdownsfeer, waarbij hij vloekend zich haast om op tijd klaar te zijn.
Humor over het feit dat hij als ongelovige toch religieuze termen bezigt, kan de lucht helaas niet klaren.
Integendeel.
Na korte tijd blijkt zelfs het dreigende geluid van het senseoapparaat hem zo op te winden dat hij woest het net aangeklikte knopje weer omzet naar uit.
"Geen geluiden!"
Als hij vertrokken is neem ik uitgebreid de tijd om het gebeurde tot in detail met een goede vriend te delen, zodat mijn hersens de opgelopen innerlijke stress weer wat kunnen ontladen.
Dan zelf de deur uit.
Samen met broer ga ik op pad naar twee verpleegtehuizen waar onze moeder mogelijk op korte termijn naartoe zal verhuizen. Haar dementie maakt wonen op haar huidige appartement steeds ingewikkelder.
Als we beide huizen bezocht hebben bespreken we wat onze bevindingen waren, overleggen of we nog meer plekken moeten bekijken en komen al snel tot de conclusie dat het eerste huis dat we bekeken eigenlijk zeer geschikt lijkt te zijn.
Ik neem het op me om dat huis bij onze moeder te gaan pitchen.
Tijdens de lunch bij mijn moeder doe ik haar in geuren en kleuren verslag van wat we die ochtend beleefd hebben en hoe ik terugblikkend waardeer wat ik gehoord en gezien heb.
Het wordt mij al pratend ook steeds duidelijker dat mijn broer en ik de juiste keuze gemaakt hebben.
En mijn moeder raakt zo begeesterd door mijn verslag dat ze al begint te bedenken wat ze mee gaat verhuizen. We bespreken dat het in zekere zin een soort van hotelkamer gaat zijn, waar ze haar eigen meubels in mag zetten. Ze verheugt zich op het ontzorgd worden en bevestigt daarmee dat we de juiste stap aan het zetten zijn. Het zal haar leven leuker gaan maken, minder stressvol omdat alles wat ze niet meer goed zelf kan haar uit handen genomen of juist aangereikt zal worden.
Donderdag 30 maart
Als middelste zoon weer uit school gekomen is is het tijd voor een screeningsgesprek van de GGD in de stad waar hij wil gaan studeren na zijn eindexamen. Een gesprek online, vanwege de afstand.
De voorbereiding van laptop klaarzetten en twee stoelen erbij in een rustige kamer in huis besteedt hij uit aan mij, door simpelweg niet in actie te komen als ik hem er op attendeer.
Het gesprek is verhelderend en daardoor ook confronterend. De begeleiding waarvoor hij in aanmerking wil komen is mogelijk niet voldoende voor wat hij nodig heeft. Hij kan dan weliswaar enorm goed leren, maar voor zichzelf zorgen is een stuk minder ver ontwikkeld.
Na het gesprek besluiten we samen de hond uit te laten om uit te waaien en het besprokene samen na te kunnen bespreken.
Hij geeft blijk van realiteitszin als hij aangeeft dat mogelijk een jaar de studie uitstellen en eerst te gaan werken aan meer zelfredzaamheid wellicht ook een optie is.
Vrijdag 31 maart
Oh ja, het is autismeweek!
Al de hele week denk ik er aan en wil ik er iets over gaan schrijven.
Ik besluit een impressie te geven van mijn week.
Alles wat ik benoemde hangt rechtstreeks samen met autisme.
Een inkijkje 'in de keuken' als het ware.
Want waarom zou ik iets over autisme schrijven?
Daar zijn anderen veel bedrevener in.
Ik schrijf liever over mijn leven.
Mijn leven met autisme en met zoons met autisme en met een moeder met vermoedelijk autisme en in ieder geval vasculaire dementie.
Ons leven in deze autismeweek is uitgerekend deze week wat hectischer dan gemiddeld verlopen. Maar ja, het is geen uitzondering, dit type hectiek in een week.
Zondag 2 april is het Wereldautismedag.
Het begin van een nieuwe week.
De volgende week in mijn leven met autisme.
Want elke week is het hier autismeweek.
Wij kunnen het niet aan- of uitzetten, dat autisme van ons.
En dat is maar goed ook, want dan zouden we onszelf niet meer zijn!
zaterdag 25 februari 2023
Silver lining
maandag 19 december 2022
Autisme en mantelzorg
vrijdag 18 november 2022
Altijd anders dan gedacht
Altijd anders dan gedacht, het is een manier om uit te drukken dat de auteur altijd anders bleek te zijn dan gedacht, maar ook dat voor de auteur dingen altijd anders blijken te zijn dan gedacht. Het gaat alle kanten op. Denken blijkt altijd weer anders dan de realiteit.
Veel wordt er bedacht over hoe autisme in elkaar steekt, maar uiteindelijk zijn dat voornamelijk gedachten van mensen die zelf geen autisme hebben, in ieder geval niet als zodanig gediagnosticeerd zijn, want dat is natuurlijk niet hetzelfde. Eigenlijk weet je alleen zeker dat je geen autisme hebt als je gediagnosticeerd bent en er met volledige zekerheid vastgesteld is dat je op geen enkele wijze tot het spectrum behoort.
De meeste mensen zullen niet de moeite nemen een dergelijke route te gaan bewandelen, nog afgezien van de diagnosticeerders die niet bereid zullen zijn al die mensen die zeker willen weten dat ze niet autistisch zijn via deze route gerust te stellen.
In feite zijn we allemaal altijd anders dan gedacht. Want niemand van ons blijft zijn hele leven dezelfde, hoezeer we ook dezelfde persoon blijven. We veranderen door wat we meemaken, door wat we doen, door wat we tot ons nemen, door hoe anderen naar ons kijken, door wat anderen over ons zeggen of schrijven, door hoe anderen met ons omgaan, door alles wat het leven op een mens afvuurt verandert ieder mens.
In zekere zin doet het er dan ook weinig toe of je zeker weet dat je wel of zeker weet dat je niet behoort tot de groep die met autisme gezegend is. Misschien heb je dat geluk, misschien val je buiten de boot.
Niet getreurd, ook als je geen idee hebt hoe het is om te leven met een autistisch brein, het is nu mogelijk daar toch een behoorlijke indruk van te krijgen!
Het boek is voor iedereen. Heeft geen enkel ander doel dan te laten weten wat ik af en toe kwijt wou in de afgelopen jaren sinds mijn diagnose in 2013 die me duidelijk maakte dat ik altijd anders ben dan gedacht.
Het is te verkrijgen via deze link: https://www.mijnbestseller.nl/site/userwebsite/index/id/klaskevanderweide
(en wil je het boek een stukje inkijken, ga dan naar de bolle verkooppagina die de winst graag zelf houdt, daar is een gedeelte in te zien, of vraag ernaar in je lokale boekhandel!)
dinsdag 19 juli 2022
Toch corona
zondag 26 juni 2022
Naakt
zondag 19 juni 2022
'Het is precies hetzelfde'
zaterdag 30 april 2022
Beeldruis
Op de middelbare school had ik die illusie tot zeker weten verheven en was al op voorhand niet bepaald blij met het ingeplande lesuur LO. Als ik dan de zaal binnenkwam en het net zag hangen, dat veel te vaak opgehangen werd, omdat we zeer veel geacht werden te oefenen met volleybal, was mijn humeur nog verder naar een minpunt gedaald.
'Weer volleybal, hè bah.' Ik hoor het mijzelf nog denken.
Zo heb ik jarenlang, in feite mijn hele leven, dat al meer dan een halve eeuw duurt, gedacht en eigenlijk zeker geweten, dat ik een hekel aan sport heb en wel in het bijzonder aan volleybal.
Afgelopen week kwam ik echter tot een ontdekking.
Ik was in een situatie waarin ik al een paar weken verkeer intussen, waarbij ik een uur per week in een gymzaal te vinden ben en daar met wat anderen een sportactiviteit doe.
Week in week uit heb ik bij die gelegenheid te kennen gegeven dat ik een hekel aan sport heb, er totaal niet van hou en het in feite maar niets vind.
Vorige week sprak een van mijn groepsgenoten me daarop aan. 'Je zegt dat wel steeds, maar dat is helemaal niet hoe je doet!'
En dat klopt. Ik ontdekte de afgelopen weken dat ik sport wel degelijk plezierig vind. Sterker nog, dat ik er van kan genieten en dat het me energie geeft. En ook dat ik er heel wat beter in ben dan ik ooit had vermoed van mezelf.
Ik heb met al die jaren 'in verzet' sporten, blijkbaar toch wel degelijk het een en ander geleerd. En door mijn lage verwachtingen van mijzelf ben ik telkens blij verrast als ik met enige herhaling en het nodige geduld van mijn groepsgenoten ineens iets voor elkaar krijg dat met de juiste techniek en inzet van mijn lichaam op de juiste wijze helemaal niet zo ingewikkeld is als ik altijd meende.
Ik loop me dus onderhand best te verheugen op dat wekelijkse uurtje.
Tot afgelopen donderdag. Het gevreesde net kwam tevoorschijn. Gelukkig bleek de volleybal dit keer een veel grotere en lichtere bal en het doel van het spel geheel anders dan volgens de regels van volleybal een potje spelen. Het stelde me gerust en ik deed enthousiast mee. In het begin nogal onhandig, maar na een tijdje ging het steeds beter. Ik kreeg er zowaar lol in.
Plotseling drong echter iets tot me door, toen ik dichter bij het net stond.
Het was niet het volleyballen, het was het net!
En het was niet het sporten, het was wat ik zag!
Ik zag plotseling hoe het net voortdurend 'bewoog', mijn blik telkens van slag brengend. Het was niet zo dat het net daadwerkelijk bewoog, het was de schijn van beweging die opgeroepen werd door de draden van het net.
Mijn hersenpan bleek me wijs te maken dat alles wat ik zag aan het bewegen was. Een zeer vermoeiend verschijnsel. Toen ik het net zo zag bewegen, lukte het me amper nog om fatsoenlijk mee te doen aan het spel. Alles wat ik zag was het bewegende net en al mijn reacties op de bal kwamen vervolgens in enorme vertraging. Mijn lichaam had alle energie nodig om het net te verdragen, de aanblik ervan.
Toen de zaal weer leeg was en het net opgeborgen, zag ik nog steeds op mijn netvlies het net heen en weer bewegen.
Een bijkomend probleem dook vervolgens op. Mijn hersenen zijn er aan gewend dat ik nu en dan last van migraine heb. En als ik migraine heb ontstaat er in mijn blikveld ook vaak een 'trilling'. Ik verdraag dan licht heel slecht, krijg hoofdpijn, kan niet meer goed denken en voel me steeds beroerder worden.
Doordat ik nu de 'trilling'gezien had, meende mijn hersenpan dat het signaal van 'pijn' nodig was. En prompt kwam er hoofdpijn op die op migraine leek. Een merkwaardig verschijnsel. Uitgelokte migraineaanval door mee te doen met een potje (nep)volleybal.
Met terugwerkende kracht begin ik te begrijpen waarom ik me op dagen dat we LO hadden zo naar voelde op school en in het bijzonder als we waren gaan volleyballen.
Nu, twee dagen later probeer ik nog steeds dat net uit mijn hoofd te krijgen. Mijn hersenen menen nog steeds dat migraine een logisch antwoord is. Ik ben het daar totaal niet mee eens!
Beeldruis noem ik het nu. En bij beeldruis moet ik erg oppassen hoe ik me gedraag. Er is veel meer rust nodig dan gebruikelijk, zo is me inmiddels helder. Dit is overprikkeling van een heel bijzonder type. Overprikkeling terwijl ik me totaal niet overprikkeld voel. En dus tegelijkertijd wel degelijk ben.
Het wordt nu zaak om uit te vinden hoe ik beeldruis nog meer dan ik al doe (luxaflex heeft dit effect ook, evenals trillende TL-verlichting) vermijden kan. En wat ik het beste doen kan als het zich alsnog onverwacht aandient!
dinsdag 5 april 2022
Harnas
Mijn harnas zit me als gegoten, het is met me meegegroeid door de jaren heen, al is het van staal en is het onmogelijk dat staal zich gedraagt zoals bomen dat doen.
Het harnas ontstond al in mijn jeugd. Het kreeg de vorm van een altijd vrolijk gezicht en vriendelijke omgangsvormen.
Een beschermende laag die de gevoelens van woede en frustratie, onbegrip en angst, verdriet en pijn verborgen zou houden voor zolang als dat nodig was en naar het bleek was dat mijn hele leven tot op de huidige dag.
Een handig pantser is het, waar weinig doorheen komt. Ik kan het ook helemaal niet uitdoen, het is immers met me vergroeid.
Toch kwamen er dagen in mijn leven dat het harnas zich los wist te maken van mij. Blijkbaar waren er wapens die dat konden. Ik had ze nooit verwacht en was er dan ook totaal niet op bedacht.
Rouw was telkens de keiharde realiteit die als een mokerslag in staat bleek het harnas voor een heel groot deel te vernietigen. De glimlach vormde zich niet meer automatisch om mijn lippen. Mijn woorden waren niet langer aangepast en gepast. Ik zag er uit als iedereen en toch was ik naakter dan wie dan ook. Er bleek geen kruid gewassen tegen rouw. Geen plant die ik kon verzoeken me te voorzien van nieuwe vormen van staal, of desnoods een bladerdakje. Het had vooral tijd nodig. Veel tijd.
En op een goede dag, die misschien achteraf ook een kwade dag was, ontdekte ik dat het harnas er weer was. De wereld voelde weer veilig, ik kon er weer tegen en vond weer een weg.
De laatste tijd merk ik echter dat het harnas zijn langste tijd weleens gehad kan hebben. Het begint hier en daar te roesten, brokkelt soms een beetje, het ziet er niet meer uit als voorheen toen het glimmend en strak mij van mijn beste kant liet zien.
Of het harnas ooit helemaal verdwijnen zal ben ik niet zeker van, maar ik merk wel dat de strijd minder van me gevraagd wordt door het leven.
Dat zette me aan het denken. Zou het harnas misschien ook strijd uitlokken? Is het wellicht voor rust en vrede veiliger om naakt de wereld door te gaan?
Ik ben het experiment aan het aangaan. Heel voorzichtig.
In letterlijke zin kun je het soms aan me zien. Aan mijn voeten. De dragende krachten die me meenemen de wereld tegemoet.
Soms is het nog eng. Maar steeds vaker is het een aangename ontdekkingstocht die me laat waarnemen wat ik door het harnas nogal gemist bleek te hebben. Hoe fijn de wereld ook kan zijn!
donderdag 10 maart 2022
Verwarring
maandag 4 oktober 2021
Het komt te paard en gaat te voet
'De titel klopt niet! Zo is die uitdrukking niet!'
Heb je helemaal gelijk in, beste lezer, maar dit keer klopt de titel wel en de uitdrukking niet, want ik heb het hier nu over mij en hoe het verschijnen en verdwijnen van vertrouwen in mijn leven plaatsvindt.
Als kind van twee predikanten werd ik opgevoed met een grenzeloos positief mensbeeld. We waren allen 'kind van God' en in het Godsbeeld dat daarbij paste kreeg ik mee dat God van alle mensen houdt en dat mensen in de kern dus allemaal goede mensen zijn. Want hoe zou een goede God van slechte mensen kunnen houden? Mijn kinderlijke logica sloot feilloos aan bij het basisprincipe dat me bijgebracht werd.
Neem daarbij mijn toen nog onbekend gebleven autistische denkwijze en je kunt je wellicht voorstellen dat ik een naïef meisje was dat mensen vertrouwde op hun blauwe ogen of hun vriendelijke glimlach en zeker op hun woord, want ik nam natuurlijk alles letterlijk.
Dat ik daardoor een makkelijke prooi werd voor flauwe humor als het ophalen van plintenladdertjes, moge duidelijk zijn.
Toch peinsde ik er niet over mijn wijze van mensen beoordelen op te geven. Mensen waren intrinsiek goed en dat ze weleens een scheve schaats reden of mensen bezeerden moest wel een vergissing zijn, in mijn ogen.
Lang heb ik dat vol kunnen houden. De eerste veertig jaar van mijn leven was het nauwelijks een opgave om mensen te vertrouwen. Ik zag altijd hoe iemand zou willen zijn en rekende iemand dan niet meer af op wat er concreet plaatsvond in een gegeven situatie. Ik vertrouwde blind iedereen die op mijn pad kwam.
En als ik eerlijk ben, ergens ben ik daar ook nooit mee opgehouden. Het hoort bij me, het voelt vertrouwd, het maakt de wereld in mijn ogen tot een veilige plek en ik geef andere mensen er ook een fijn gevoel mee.
Zo kwam ik vandaag tot twee keer toe tot stilstand voor een zebrapad en tot mijn grote verbazing bleek dat in de stad waar ik reed dusdanig ongebruikelijk geworden dat de overstekende voetgangers mij beide keren met uitgebreide handgebaren en brede glimlachen van harte bedankten voor mijn vanzelfsprekende (want dat hoort volgens de verkeersregels) gebaar. Ik kan mijn eigen verbazing over hun uitbundige reactie nog helemaal voelen. Ben het nog aan het verwerken als het ware, dat dit type vertrouwen (de regels worden gehandhaafd zonder voorbehoud) blijkbaar niet meer vanzelfsprekend is.
Voor mij ondenkbaar!
Toch is ook mijn grenzeloze vertrouwen in de mensheid in het algemeen en individuele personen in het bijzonder wel degelijk regelmatig en ook met grote kracht aangevochten geraakt.
Allereerst was er het moment waarop mijn broer besloot dat zijn leven eindiger mocht zijn dan ik verwacht had. Het schond mijn vertrouwen enorm.
Toch bleek het niet mijn algehele vertrouwen te schenden, het tastte slechts mijn vertrouwen in mijzelf aan, zo bleek.
Pas jaren later, toen mijn scheiding een feit werd en er van alles daaromheen gebeurde dat ik totaal niet verwacht had, werd mijn vertrouwen in anderen dusdanig geschaad dat ik een tijdlang zeer zwart wit doorsloeg naar een algeheel wantrouwen in alles en iedereen. Wie ik ook tegenkwam, wat er ook gezegd werd, voortaan geloofde ik alleen nog mijzelf en nam ik ruim de tijd om te checken en te dubbelchecken of wat me gezegd werd ook overeenstemde met traceerbare feiten. Ik nam niets of niemand meer voor waar aan en leefde in een steeds donker wordende wereld. Tot ik inzag dat ik hier niet gelukkig van zou worden.
Toen kwam langzaam de genezing van mijn wantrouwen en ging ik beetje bij beetje weer accepteren dat als iemand iets zei ik er van op aan kon dat het klopte en ik het niet hoefde na te rekenen of uit te zoeken. Ik ging ook ontdekken dat als ik het gevoel had dat er 'iets' niet klopte het wel degelijk verstandig bleef om op onderzoek uit te gaan.
Zo leverde de erfenis van mijn huwelijk me alsnog iets goeds op: het vermogen om genuanceerd om te leren gaan met mijn grenzeloze vertrouwen in mensen.
Als ik nu, heden ten dage, inmiddels meer dan een halve eeuw oud, mensen ontmoet die me vriendelijk bejegenen is er niets in mij dat opspringt en zich afvraagt of het wel klopt dat mensen vriendelijk tegen me zijn. Ik accepteer en aanvaard, ik onderga en vind uit, ik bespreek en reageer en ik voel pas als de ontmoeting voorbij is of ik wellicht voorbij ging aan een mogelijke onzuivere kant in wat in mijn beleving puur en mooi en fijn en om dankbaar voor te zijn geweest is.
De gedachte uit de catechismus (die ik nooit heb hoeven leren) dat de mens 'geneigd is tot alle kwaad en niet in staat tot enig goed' (tenzij Christus......etc.), heb ik nooit geloofd. In mijn beleving is ieder mens geneigd tot alle goed en amper in staat tot bewust kwaad. We zijn allemaal hulpeloze wezens die op deze aarde geworpen zijn en er maar het beste van moeten maken met elkaar.
Dat doen vanuit een basisvertrouwen dat ieder mens intrinsiek goed is, is voor mij persoonlijk een rustgevendere gedachte dan me voortdurend af moeten vragen of mijn vertrouwen wel terecht is en of wat iemand zegt of doet wel zo oprecht is als hij of zij het wil laten overkomen.
Mijn vertrouwen komt te paard en gaat te voet.
Doe er je voordeel mee, maar misbruik het niet, want als het eenmaal verdwenen is, dendert het paard zover mogelijk van je vandaan.
Het blijft een ongetemd dier. Het heet autisme. En ik laat het zijn/haar gang gaan.
dinsdag 14 september 2021
VR of visuele rompslomp?
'Stroop, vlokken, chocopasta, hagelslag, puur, speculoos.' Zomaar wat woorden die ik zag toen ik een keukenkastje opende om te bedenken wat ik op mijn brood zou doen vanmorgen.
Bij stroop zag ik in gedachten een bruine plakkerige massa die mierzoet is en ik besloot dat niet te kiezen. Bij vlokken kwam het beeld van bruine chocoladeplakjes naar boven en het gaf me een vrolijk gevoel omdat ik vlokken ook altijd associeer met onverwachte sneeuwbuien, zoals je die in je kindertijd bij hoge uitzondering weleens zag verschijnen als je binnen, in een schoolklas gebogen over je werk, even opkeek omdat de lichtval veranderd was.
Bij chocopasta zag ik een bruinige smeerbare substantie in mijn hoofd en proefde op mijn tong al bijna de chocoladesmaak.
Bij hagelslag kwam een beeld van regen naar boven, een oude reclame die ik als kind al zag, waarin 'het hagelt' geklonken had en getekende kinderen onder een grote paraplu bedolven werden onder de hagelslag die uit de lucht viel als was het regen. Het maakte me vrolijk, tot ik het woord puur zag en de ietwat bittere smaak op mijn tong voelde verschijnen.
Bij speculoos was het vooral de smaak die in me opkwam, uitgesmeerde speculaaskoekjes zoals mijn moeder ze altijd op witbrood deed, de avond voordat we ze zouden eten, opdat ze zacht waren geworden en versmolten met het brood in je mond. Een aangenaam gevoel, maar voor dit moment wat plakkerig, bedacht ik me.
Zes woorden waren het, die ik zag, zes woorden die werelden voor me bleken te openen en me hielpen om een keuze te maken voor op mijn brood.
Het werden dit keer de vlokken. Ongetwijfeld geen verrassing meer voor de oplettende lezer van deze tekst.
Dit alles kwam in me op toen ik vanmorgen las over de plannen van ene 'suikerberg' (zoals mijn geliefde hem altijd aanduidde, wat strikt genomen slechts een weergave van zijn naam is) om het internet nog 'echter' te gaan maken door intensiever gebruik te gaan maken van VR. Virtual reality. Een term die iets oproept dat ik in mijn beleving makkelijk missen kan. Sterker nog, waarvan ik me afvraag wat de toegevoegde waarde ervan is.
Let wel, ik kan me genoeg situaties indenken waarbij het een uitstekende manier van visualiseren is. Voor mensen die geen beeldend brein hebben misschien zelfs de enige wijze waarop ze in staat zijn te visualiseren.
Stel je maar eens voor vanuit een blauwdruk voor een gebouw hoe dat gebouw er uit ziet. Dat lukt amper. Zet je daarentegen een VR bril op en je kunt ineens door alle ruimtes van het gebouw wandelen met het gevoel dat je er middenin staat.
Dit heb ik overigens van horen zeggen, tot op heden moet ik het doen met andermans ervaringen op dit punt.
Mijn bezwaren tegen virtuele werelden bewust gaan creëren is een dieper liggend bezwaar. En om dat goed uiteen te zetten moet ik mijn (overleden) blinde vader weer opvoeren.
Mijn vader was een kei in verhalen vertellen. Als kind heb ik daardoor kennisgemaakt met een echte reus en ook een ridder. Ik zag ze in mijn hoofd verschijnen als mijn vader over hen vertelde. Het waren vage schimmige beelden, een heel grote persoon die boven alles en iedereen uittorende en een persoon in een ijzeren harnas. De avonturen die ze beleefden zag ik in mijn hoofd voor me. De werelden waarin ze zich bewogen verschenen zodra mijn vader ze daarin plaatste met zijn verhaal. Meer dan hij me aanreikte had ik niet, maar het was alsof ik ronddwaalde in een wereld die helemaal echt was.
Kinderen hebben dat vermogen. Lekker wegduiken in een verzonnen wereld.
En dat vermogen is onderdeel van de menselijke creativiteit. Wie in staat is het niet weg te filteren, maar vast te houden, kan ook op volwassen leeftijd nog hele werelden oproepen, puur door een woord te lezen of te horen. Het is de basis voor het ontstaan van films, maar leidt ook tot onverwachte oplossingen voor ingewikkelde problemen. Als je dingen 'voor je kunt zien' snap je beter waar je een oplossing vinden kunt.
Vergelijk het maar met verhuizen naar een ander huis. De meubels die hun plek gevonden hadden in je huidige huis kun je door uittesten een goede plek geven in je nieuwe huis, maar als je een groot beeldend vermogen hebt (je kinderfantasiewereld nog kunt benutten) kun je al vantevoren een indeling maken en je voorstellen hoe in je nieuwe huis je bestaande meubilair wel of niet een geschikte plek zal kunnen krijgen.
Dat we tegenwoordig in woonprogramma's meer en meer 3D animaties zien verschijnen geeft aan dat het niet (meer?) vanzelfspreekt dat mensen dat vermogen bezitten. Er zijn hulpmiddelen nodig om ons voor te kunnen stellen hoe een nieuwe situatie worden zal.
Waar het aan de ene kant dus zeker een praktisch nut heeft, VR, is er aan de andere kant ook een zorgelijke kant aan, in mijn ogen.
De wereld waarin we leven aanvullen met een virtuele wereld gebeurde in mijn kindertijd als vorm van ontspanning en was een zeldzaam extra in mijn bestaan. Meestal ging alles gewoon zijn gangetje en deden we allemaal de dingen die nu eenmaal gedaan moesten worden. Maar soms was er dan ineens ruimte voor echte ontspanning en dan kwamen de verhalen los. Verhalen vertellen die beelden opriepen in mijn hoofd was iets voor speciale gelegenheden. Vaak tijdens vakanties ging mijn vader in de vertelstand.
En door het hele jaar heen behielp ik mijzelf door de bibliotheek leeg te lezen. Letters uit boeken om te zetten in fantasiebeelden in mijn hoofd.
Toen ik later verfilmde versies zag van boeken die ik gelezen had was ik soms teleurgesteld over de gewoonheid van de filmbeelden. Het boek had in mijn hoofd veel mooiere en meer bijzondere werelden tevoorschijn getoverd.
Waren de makers van de film minder fantasierijk dan ik? Hadden ze hun innerlijke kind verder weggestopt? Of was dit gewoon hun versie van wat de letters opgeroepen hadden?
Voor mij bevatten letters altijd meer dan de letters. Letters zijn tekens die verwijzen naar werelden achter de letters. Zoals een kaart ook niet het landschap is. Zoals bladmuziek ook niet het concert is. Zoals een foto ook niet het samenzijn is.
En dat ik in deze drie korte zinnen een landschap, een concert en een ontmoeting tevoorschijn kan toveren lukt alleen maar omdat de lezer dat nu voor zich ziet. Ziet de lezer niets verschijnen, dan hebben we blijkbaar een verschillende toon gehoord in de klanken die ik noteerde.
Wat met letters gebeurt, hier en nu, gebeurt ook met beelden. Het lastige is echter dat interpretatie van beelden door de meeste mensen anders ervaren wordt dan interpretatie van letters.
Als ik een foto van een huis zie dat ik nog niet ken, gaat mijn hoofd van alles doen om dat eendimensionale beeld om te zetten in een virtuele wereld waarin ik me voor kan stellen hoe dat huis er globaal van binnen uitziet.
Als iemand anders diezelfde foto ziet kan het zijn dat er een associatie loskomt die samenhangt met mensen die in een dergelijk huis wonen en waar diegene een gedachte bij heeft.
Als weer iemand anders de foto opmerkt kan het zijn dat deze persoon een oude herinnering voelt opkomen doordat iets in de afbeelding die herinnering tevoorschijn haalde.
Dezelfde foto, drie andere manieren van kijken en ervaren en voelen.
Toch zullen we vinden dat we hetzelfde huis gezien hebben dankzij de foto. En dat is dus nog maar zeer de vraag.
Als we zo'n ervaring met tekst hebben realiseren we ons meestal relatief snel dat in de communicatie dingen gebeurden die we niet voorzien hadden en kunnen we dat aan elkaar vertellen.
Bij beeldmateriaal ligt dat veel complexer. Dan hebben we veel meer tekst nodig om elkaar uit te duiden wat er nu zo anders was aan onze waarneming. Als we al door hebben dat we anders aan het waarnemen zijn.
Woorden hebben een hoog abstractiegehalte en zijn juist daardoor neutraal in hun bestaan en in staat om ons te helpen elkaar goed te verstaan en te begrijpen en aan te voelen en te snappen. Beelden wekken de illusie dat ze daar ook toe in staat zijn. Maar beelden zijn veel concreter en daarmee minder veelduidig inzetbaar.
De substantie stroop voor je zien roept iets anders op dan het woord op je netvlies zien verschijnen (ik denk nu bijvoorbeeld aan de boterhammen die we dan 'omgekeerd besmeerden', eerst een laagje stroop en dan pas boter, een lekkernij die voortkwam uit een oorspronkelijke vergissing). De vlokken op een boterham zien liggen roept iets anders op dan de woorden lezen (het pavloveffect van speekselvorming ontstaat hoogst zelden puur door de woorden).
Taal kan allerlei vormen aannemen, maar als we van schrijftaal naar beeldtaal gaan is het noodzakelijk dat we ons goed gaan realiseren dat we met alle rijkdom die dat oplevert ook een stuk armoede naar binnen zouden kunnen halen. Geestelijke armoede. Omdat het dan anderen zijn die onze letters inzetten. En dan kunnen onze boeken ineens films blijken geworden te zijn die ons teleurstellen.
donderdag 1 juli 2021
Beschermende maatregelen
In deze tijd van corona denken we bij beschermende maatregelen al snel aan zaken als regelmatig handen wassen en een mondkapje dragen, maar dat zijn niet het type zaken waar ik nu op doel.
Op het moment dat er iets in je leven gebeurt dat alles op zijn kop zet, zoals de dood van een dierbare (mijn huidige ervaring) of een verhuizing of verandering van een baan of verbreken van een relatie of ook wel de geboorte van een kind of het ontstaan van een relatie, dan zijn beschermende maatregelen fijn om te bezitten.
En vandaag realiseerde ik me dat ik er best veel heb. Beschermende maatregelen die me de dag als het ware doorhelpen.
De meest opvallende en tegelijkertijd ook eenvoudige zijn mijn vaste eet- en drinkgewoontes.
Ontbijten zal ik altijd doen aan het begin van mijn dag, hoe vroeg of laat ik ook opsta, ik neem een ontbijt. En dat is verstandig, want daarmee zorg ik dat mijn lichaam de brandstof krijgt om ook daadwerkelijk de dag aan te kunnen die nog voor me ligt.
Zo is er ook het avondeten als vast moment in mijn dag, niet te missen, het zal altijd plaatsvinden, al kan het exacte tijdstip nogal variëren. e s
Sinds ik een hond heb is het lunchmoment ook geactiveerd in mijn dagprogramma, omdat ik rond de lunch altijd met hem een ommetje maak. Als hij me vroeg mee naar buiten sleept is het voor mij een teken om daarna te gaan lunchen, als hij pas na de lunch naar buiten wil bedenk ik het vaak zelf al voordat hij zich meldt.
Doordat ik lunch heb ik geen inzinking in mijn dagenergie en lukt het goed om te blijven doen wat ik wil doen.
En dan het moment dat een best unieke beschermende maatregel is. Al sinds mijn studententijd heb ik de gewoonte om ergens tussen 16.00 en 17.00u een pot thee te zetten en minimaal 1 kop thee te drinken, altijd vergezeld van een stroopwafel. Het is mijn zelfingestelde 'vieruurtje', dat me tussen lunch en avondeten er doorheen sleept. Meestal vergeet ik gedurende de dag genoeg te drinken en dat merk ik dan altijd bij het theemoment. Want dan gaat de pot grif leeg en zet ik soms zelfs extra thee.
Had ik mijn vochtinname wel goed op peil dan volstaat vaak 1 kop thee en blijft de rest van de pot onaangeroerd.
Dit type gewoontes lijkt heel normaal als je geen autisme hebt. Maar ik merk dat ze voor mij een regulerend en daarmee beschermend effect hebben. Het zijn werkelijk beschermende maatregelen. Ze voorkomen dat ik te weinig binnenkrijg op een dag en me daardoor lichamelijk slecht ga voelen. Ze helpen me om op de tijd te blijven letten en niet een heel raar dagritme aan te gaan wennen nu ik geen rekening meer hoef te houden met mijn geliefde. Hij is er immers niet meer. Maar ik nog wel. En mijn lichaam heeft regelmatig eten en drinken nodig.
En natuurlijk slaap. Dat krijg ik dankzij mijn hond ook ruim voldoende. Hij heeft immers een ochtendwandeling nodig en dat kan ik alleen maar doen als ik niet hele nachten wakend door ga brengen. Dus hij stimuleert me om op enig moment naar bed te gaan en ook daadwerkelijk te gaan slapen.
Beschermende maatregelen bestaan dus zowel uit gewoontes die al langere tijd bestaan als ook uit personen (een dier in mijn geval) die je 'bij de tijd' kunnen houden.
En een van mijn allerbelangrijkste beschermende maatregelen is mijn gewoonte om alles wat ik meemaak in mijn leven om te zetten in tekst. Dat helpt me namelijk om grip te houden op mijn eigen hoofd en stimuleert me om ordening aan te brengen als de chaos begint te overheersen.
Welke beschermende maatregelen heb je in jouw bestaan?
