In deze tijd van corona denken we bij beschermende maatregelen al snel aan zaken als regelmatig handen wassen en een mondkapje dragen, maar dat zijn niet het type zaken waar ik nu op doel.
Op het moment dat er iets in je leven gebeurt dat alles op zijn kop zet, zoals de dood van een dierbare (mijn huidige ervaring) of een verhuizing of verandering van een baan of verbreken van een relatie of ook wel de geboorte van een kind of het ontstaan van een relatie, dan zijn beschermende maatregelen fijn om te bezitten.
En vandaag realiseerde ik me dat ik er best veel heb. Beschermende maatregelen die me de dag als het ware doorhelpen.
De meest opvallende en tegelijkertijd ook eenvoudige zijn mijn vaste eet- en drinkgewoontes.
Ontbijten zal ik altijd doen aan het begin van mijn dag, hoe vroeg of laat ik ook opsta, ik neem een ontbijt. En dat is verstandig, want daarmee zorg ik dat mijn lichaam de brandstof krijgt om ook daadwerkelijk de dag aan te kunnen die nog voor me ligt.
Zo is er ook het avondeten als vast moment in mijn dag, niet te missen, het zal altijd plaatsvinden, al kan het exacte tijdstip nogal variëren. e s
Sinds ik een hond heb is het lunchmoment ook geactiveerd in mijn dagprogramma, omdat ik rond de lunch altijd met hem een ommetje maak. Als hij me vroeg mee naar buiten sleept is het voor mij een teken om daarna te gaan lunchen, als hij pas na de lunch naar buiten wil bedenk ik het vaak zelf al voordat hij zich meldt.
Doordat ik lunch heb ik geen inzinking in mijn dagenergie en lukt het goed om te blijven doen wat ik wil doen.
En dan het moment dat een best unieke beschermende maatregel is. Al sinds mijn studententijd heb ik de gewoonte om ergens tussen 16.00 en 17.00u een pot thee te zetten en minimaal 1 kop thee te drinken, altijd vergezeld van een stroopwafel. Het is mijn zelfingestelde 'vieruurtje', dat me tussen lunch en avondeten er doorheen sleept. Meestal vergeet ik gedurende de dag genoeg te drinken en dat merk ik dan altijd bij het theemoment. Want dan gaat de pot grif leeg en zet ik soms zelfs extra thee.
Had ik mijn vochtinname wel goed op peil dan volstaat vaak 1 kop thee en blijft de rest van de pot onaangeroerd.
Dit type gewoontes lijkt heel normaal als je geen autisme hebt. Maar ik merk dat ze voor mij een regulerend en daarmee beschermend effect hebben. Het zijn werkelijk beschermende maatregelen. Ze voorkomen dat ik te weinig binnenkrijg op een dag en me daardoor lichamelijk slecht ga voelen. Ze helpen me om op de tijd te blijven letten en niet een heel raar dagritme aan te gaan wennen nu ik geen rekening meer hoef te houden met mijn geliefde. Hij is er immers niet meer. Maar ik nog wel. En mijn lichaam heeft regelmatig eten en drinken nodig.
En natuurlijk slaap. Dat krijg ik dankzij mijn hond ook ruim voldoende. Hij heeft immers een ochtendwandeling nodig en dat kan ik alleen maar doen als ik niet hele nachten wakend door ga brengen. Dus hij stimuleert me om op enig moment naar bed te gaan en ook daadwerkelijk te gaan slapen.
Beschermende maatregelen bestaan dus zowel uit gewoontes die al langere tijd bestaan als ook uit personen (een dier in mijn geval) die je 'bij de tijd' kunnen houden.
En een van mijn allerbelangrijkste beschermende maatregelen is mijn gewoonte om alles wat ik meemaak in mijn leven om te zetten in tekst. Dat helpt me namelijk om grip te houden op mijn eigen hoofd en stimuleert me om ordening aan te brengen als de chaos begint te overheersen.
Welke beschermende maatregelen heb je in jouw bestaan?
donderdag 1 juli 2021
Beschermende maatregelen
zondag 2 mei 2021
Voor je beurt praten
maandag 22 februari 2021
Te veel gevraagd
dinsdag 12 januari 2021
Zijn of hebben
In velerlei opzichten zijn de woorden 'zijn' en 'hebben' interessante (koppel)werkwoorden. In de eerste plaats omdat ze zo handig zijn, ze verbinden woorden met het grootste gemak met elkaar en hebben zelf amper betekenis die opvalt. Nuttige smeermiddelen zijn het daarmee en dat hebben we graag in het leven, smeermiddelen die ons helpen.
Toch is er ook een heel erg groot verschil tussen beide woorden. Het ene woord heeft genoeg aan zichzelf en kan zijn zonder hebben toe te hoeven voegen. Het andere woord is altijd bezig met iets koppelen aan zichzelf, want hebben verbindt ten allen tijde dingen die anders los van elkaar zouden bestaan.
Dan blijkt ook nog dat de beide woorden hele volksstammen uit elkaar kunnen drijven zodra het gaat om het koppelen van een begrip aan een persoon.
En ik was daarover na aan het denken en realiseerde me ineens dat het nog veel dieper gaat.
Ieder mens heeft ongemerkt een voorkeur voor een van beide woorden. Dat haal je niet altijd uit het taalgebruik, hoewel ik vermoed dat het ene woord mogelijk meer gebezigd wordt dan het andere, als de voorkeur uitgesproken is en niet sluimerend vaag aanwezig.
Ik ben zelf nogal een zijn mens. Ik heb namelijk een opleiding en beroep gekozen indertijd waar een zijnsberoep bij hoort. Een predikant ben je, en dat ben je vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, twaalf maanden in het jaar, levenslang vanaf dat je in het ambt bevestigd werd en ook nadat je het vak niet meer actief uitvoert, maar emeritus status verworven hebt.
Maar ik ben het in meer opzichten.
Ik hou ervan om de wereld van een afstandje te beschouwen en er in alle rust het mijne van te denken, wat ik dan al dan niet na enige tijd deel met de wereld, die ik dan ook gun er het zijne of hare van te denken. Wat mij betreft hoef je niet dezelfde levenswijze te hebben als ik, ik vind het prima als je zelf meer een hebben persoon bent.
De hebben personen van deze wereld zijn namelijk ook degenen die zorgen dat ik veel heb om in te zijn. Ik kan in auto's die mensen hebben veel plezier ervaren, ook als ik ze alleen maar langs zie rijden. Ik kan ook huizen die mensen hebben betreden met veel genoegen, zonder ze zelf ooit te hoeven bezitten, er zijn is me meer dan genoeg.
Ik vind het ook erg fijn dat er mensen zijn die bibliotheken hebben waar ik dan weer veel in kan ontdekken over mijn staat van zijn en waar ik wellicht ook ooit nog wil zijn.
Mijn wijze van zijn is erg verweven met zaken die anderen ook nog weleens onder hebben laten vallen.
Zo zeg ik graag dat ik moeder ben, waar anderen zouden zeggen dat ze kinderen hebben.
En ik ben graag de partner van mijn geliefde, hoewel anderen wellicht zeggen dat ze een partner hebben.
En ik ben ook autist, al besef ik dat velen liever zeggen dat ze autisme hebben.
Ook ben ik eigenaar van een woning, wat ik een fijne aanduiding vind voor het feit dat ik een eigen huis heb.
En ik ben in het bezit van een auto, wat ik liever beweer dan dat ik zeg dat ik een auto heb.
Het betekent niet dat ik de hebben zinnen nooit uitspreek. Integendeel. In de huidige maatschappij is hebben een gebruikelijkere wijze van je uitdrukken dan zijn en ik pas me makkelijk aan aan de verwachtingen van mensen.
Maar als ik puur vanuit mijzelf zou praten zou zijn me nog sneller in de mond liggen dan toch al het geval is.
Ik ben dan ook blij dat deze periode waarin we het voortdurend hebben over Covid19 en vaccins, me veel ruimte bieden om te leven bij de dag en gewoon te zijn, zonder te hoeven hebben. Ik heb gelukkig geen corona, nog niet eens een test hoeven hebben. En gevaccineerd wil ik wel graag zijn, zodat mijn bestaan weer wat meer bewegingsruimte kan kennen waar ik minder het gevoel krijg dat ik risico loop. Dat wil ik namelijk niet graag hebben, risico. Ik ben nogal risicomijdend, omdat dat mijn zijn het meeste armslag biedt en ik geen beschermende toestanden hoef te hebben die ik als ballast ervaar.
Mijn zijn is mij genoeg. Daar heb ik weinig meer bij nodig. (nou ja, een toetsenbord is fijn! Tikt wel zo makkelijk!)
zondag 10 januari 2021
Emoties en gevoelens, wat moet je er nou mee?
In mijn leven spelen veel woorden een enkelvoudige rol, ik weet exact wat ik bedoel met een woord als ik het gebruik en het woord betekent uitsluitend dat. Toch zweven er ook woorden in mijn hoofd rond die een meer vage betekenis hebben en een soort van inwisselbaarheid kennen. Dat geldt bij mij voor de woorden emotie en gevoel. Of het nu enkelvoud of meervoud is, voor mij is het allemaal één pot nat. Gevoelens en emoties zijn dingen die door de meeste mensen heel belangrijk gevonden worden en voor mij vooral raadselachtig zijn en opploppen op de meest onhandige momenten. Ze plegen de gewoonte te hebben zich te vertonen als ik ze totaal niet gebruiken kan. Of ze vermommen zich in vormen die ik niet herken als passend bij een situatie, of in een vorm die anderen anders duiden dan ik denk dat ze willen uitdrukken.
Gelukkig kan ik gevoelens en emoties meestal rustig ergens in een hoekje van mijn hoofd parkeren, waar ze met zichzelf het uit mogen zoeken en mij verder niet al te veel lastig hoeven te vallen.
Totdat ik plotseling bespeur dat ik wel erg moe ben, op een tijdstip waarop dat nog niet logisch is of op een wijze die ik niet geheel kan plaatsen. In dat geval blijkt vaak dat ik ze teveel zelf heb laten uitzoeken en nu toch echt aandacht aan ze moet gaan schenken. Aandacht die meestal heel wat ongemak met zich meebrengt voor het wat oplevert.
Logischerwijze stel ik dat zo lang mogelijk uit. Ook (juist) als ik heel moe ben.
Soms zorgen ze zo goed voor zichzelf dat ik ze nergens terug kan vinden en er dan voor het gemak maar vanuit ga dat ze simpelweg verdwenen zijn of opgelost.
Toch is dat zelden het geval. Meestal hebben ze zich dan ergens verstopt en komen tevoorschijn als ik er totaal niet op bedacht ben en het ook totaal niet gebruiken kan dat ze zich weer overal mee komen bemoeien.
Zo geven gevoelens en emoties me altijd veel extra werk, omdat ik ze in het dagelijks bestaan niet werkelijk een rol laat spelen, puur en alleen omdat ik geen idee heb hoe ik dat het beste zou kunnen aanpakken.
Hoe vaak ik ook nadenk over emoties en gevoelens, ik kom er nooit echt uit, wat ik nou met ze aan moet.
En dat is dan wel weer logisch verklaarbaar, immers, gevoelens en emoties voel je en ervaar je, die laten zich niet bedenken.
Dat ik altijd gedacht heb dat je er over kunt denken, komt doordat me met regelmaat iets gezegd is dat me op dat spoor zette. Mensen vragen graag 'wat voel je' en als mij een 'wat' vraag gesteld wordt, weet ik dat er een 'dat' antwoord bij hoort. Het kan dus in mijn hoofd niet zo zijn dat 'wat voel je' een manier van zeggen is die je wil uitnodigen om je gevoelens en emoties te delen, ongeacht welke deze zijn. Het is in mijn hoofd een uitnodiging om nauwgezet verslag te doen van je innerlijke gevoelsleven, waarin die emoties en gevoelens zich roeren.
Maar hoe doe je dat?
Ik ervaar emoties en gevoelens als een wirwar van mogelijkheden die tegelijkertijd aanwezig zijn en toch onzichtbaar en onvindbaar zijn en zich roeren terwijl ze stil in een hoekje liggen en opspringen zonder zich te verplaatsen. Hoe geef je dat nou helder aan in woorden? En hoe zet je dat om in een zin die past bij 'wat voel je'?
Moet ik dan zeggen 'ik voel dat ik zweef boven alles uit en tegelijkertijd duikel ik diep omlaag en hang ik ergens tussenin'? Dat komt niet over als een zin die een antwoord geeft. Toch kan het een adequate weergave zijn van wat ik op enig moment van binnen ervaar.
Mijn emoties en gevoelens zijn nogal origineel en indringend als ik ze toelaat in mijn bewustzijn en verwoorden daarvan kan dan ook alleen en uitsluitend via metaforen en vergelijkingen en lijkt op zinnen en doet denken aan gedachten. Het blijkt niet helemaal wat mensen verwachten te horen te zullen krijgen als ze je vragen 'wat voel je'.
Integendeel.
Het lijkt te moeten gaan om een eenduidigheid, een 'dit voel ik' antwoord dat geen misverstanden op kan roepen. Dus moet ik dan een keuze maken, zo komt het op me over en kan ik het diep omlaag duikelen kiezen terwijl ik zelf het er tussenin hangen mogelijk belangrijker vind of me prettiger voel bij het boven alles uit zweven.
Geef ik een dergelijk antwoord dan ontstaat er nog een gevoel. Het gevoel dat ik een fout antwoord gaf. Dat is een knellende band die mijn denken verstoort en mijn gevoelsleven in een afwachtende pauze plaatst, waarbij mijn emoties gespannen wachten hoe ik me hier weer uit zal gaan redden.
Voelen is nooit fout, is me met regelmaat verzekerd.
Dus het gevoel dat ik een fout antwoord gaf is ook niet fout.
Toch weet ik uit ervaring dat ik dat niet hardop moet uiten, omdat ik dan juist te horen krijg dat het helemaal nooit fout kan zijn wat ik voel.
Huh?
Maar voelen dat ik het fout voel is wel fout?
Hoe zit dat dan?
Of begrijp ik het verkeerd?
In totale verwarring worstel ik inwendig met de vele antwoordopties en kom steeds verder af te staan van wat ik zwevend boven alles uit ervoer en meer en meer wordt het diep omlaag duikelen het enige werkelijke gevoel dat ik nog waarneem, nu sterker dan ooit tevoren, waarder dan waar en dieper dan diep en geen sprake is er meer van er tussenin hangen.
Dat versterkt weer mijn gedachte dat de vraag 'wat voel je' uitgaat van slechts één gevoel en geen ruimte biedt aan een complex van gevoelens tegelijkertijd.
Zo wordt de vraag een leidraad voor mijn gevoelsleven en voel ik alleen nog maar wat ik aanvankelijk als 'fout antwoord' ervoer. Zo herstel ik mijn 'foute gevoel' en kan in min of meer oprechtheid bevestigen dat dat gevoel van diep duikelen niet echt plezierig is.
Nee, niet bepaald. Als je nog eens wat weet!
Vraag dan ook niet naar mijn gevoel!
Het is voor mijzelf al vaag genoeg. Maak het niet nog vager door je vragen die mij de illusie bieden dat voelen helder is en duidelijk en eenduidig.
Dat is het dus absoluut niet!
zondag 15 november 2020
Waarom de slimmeriken altijd tekortkomen (en niet klagen)
In de maatschappij waarin we leven wonen hoofdzakelijk mensen die gemiddeld intelligent of minder intelligent zijn.
Dat kunnen ze niet helpen, maar ze bepalen wel de hele gang van zaken.
Daardoor ontstaat een wereld die voor gemiddeld intelligente mensen prima functioneert en voor minder intelligente mensen ook nog goed te doen is. Als het te moeilijk voor die laatste groep wordt zijn er veel mogelijkheden om het nog eenvoudiger aan te bieden.
Hierdoor is er heel veel aanbod dat je makkelijk tot je kunt nemen. Aanbod op onderwijsgebied is ook grotendeels gericht op zorgen dat iedereen mee kan komen in de maatschappij.
We zien dat de maatschappij steeds ingewikkelder wordt, maar door de informatie in kleine brokjes aan te bieden blijft het voor iedereen overzichtelijk.
Gevolg hiervan is echter wel dat het voor de groep bovengemiddelde intelligenten steeds lastiger wordt om iets te vinden dat passend is.
Meestal is het aanbod immers 'onder hun niveau'. Dat is niet neerbuigend bedoeld, dat is puur een manier van zeggen.
Niveau zegt in dit geval iets over wat je aankunt. Dat heeft met meer te maken dan met het schoolniveau waarop je onderwijs kunt volgen. Het heeft ook te maken met wat je naast elkaar aankunt.
De meeste mensen hebben een intelligentie die ze in staat stelt om 1 of hooguit 2 dingen tegelijkertijd goed te kunnen doen. Bijvoorbeeld: een gesprek voeren en aantekeningen maken. Of autorijden en de radio aan hebben staan. Of eten koken en met je kinderen praten.
Dat voelt dan heel normaal en vanzelfsprekend. Je voelt je er goed bij.
Er is echter ook een groep bovengemiddeld intelligente mensen die meer dan 2 dingen tegelijkertijd kunnen doen. Bijvoorbeeld: een gesprek voeren, aantekeningen maken en associaties noteren die naar boven komen en in gedachten nadenken over de lijn van het gesprek en herinneringen aan andere gesprekken er aan te koppelen. Of autorijden en een wetenschappelijk luisterboek aanzetten en ondertussen een vreemde route rijden met behulp van een kaart in je hoofd die je vantevoren al had opgeslagen. Of eten koken van een nieuw recept uit een kookboek en met je kinderen praten over levensbeschouwelijke thema's waarbij je put uit kennis die je opdeed tijdens je studie.
Dat voelt dan heel normaal en vanzelfsprekend. Je voelt je er goed bij.
Het voorbeeld maakt inzichtelijk dat de groep bovengemiddeld intelligente mensen meer aan kan tegelijkertijd dan de meeste mensen. Dat is voor deze groep hun normale levenswijze.
Komen deze mensen in de maatschappij, waar de gemiddeld intelligente mensen het voor het zeggen hebben (en daar is niets mis mee!), dan zullen ze snel teleurgesteld raken over wat ze aantreffen.
School heet dan saai, omdat er alleen maar informatie aangeboden wordt die ze op andere manieren ook al gehoord hadden en dus een herhaling biedt van wat ze al kennen.
Werk biedt geen echte uitdaging, omdat het vaak taken betreft waar je nauwelijks bij na hoeft te denken en die je keer op keer herhaalt. (ook het herhalen van een factuur opstellen is een herhaling, ook het herhalen van een medische handeling is een herhaling)
Bovengemiddeld intelligente mensen zijn in staat om dit alles zich te realiseren. Ze houden er in het algemeen rekening mee dat ze meer aankunnen dan de meeste mensen en functioneren prima binnen het bestaande aanbod.
Maar er is een groep die in toenemende mate last heeft van wat de maatschappij normaal vindt en gelukkig mee schijnt te zijn.
Het gebrek aan uitdaging, de geringe prikkeling om meer te doen dan het gewone, maakt dat er een soort van gezapigheid ontstaat.
En gezapigheid (herhaling van wat je al kent) maakt op de langere termijn diep ongelukkig. En als die ongelukkigheid lang genoeg duurt kan het zelfs een depressie worden. En als je op die route bent terechtgekomen gebeurt er iets geks.
Ineens ben je ook niet meer in staat om meer aan te kunnen dan de gemiddelde mens.
Je wordt als het ware een gemiddeld mens.
En daarmee wordt volledig onzichtbaar wat je zou kunnen helpen.
Voor alle mensen is het gezond en goed om uitgedaagd te worden. Om het gevoel te krijgen dat je misschien wel iets meer kunt dan je aan het doen bent. Om de waardering te voelen die een geleverde prestatie je op kan leveren.
In de huidige maatschappij laten we elkaar juist voortgaan op bekende paden. (Een letterlijk voorbeeld: doordat iedereen elke dag via dezelfde hoofdwegen naar het werk gaat rond dezelfde tijd, ontstaan er files.)
Terwijl het mogelijk niet alleen voor de bovengemiddelde mens, maar voor alle mensen goed zou zijn om ruimte te krijgen om nieuwe dingen te ontdekken, nieuwe mogelijkheden te onderzoeken, nieuwe manieren van zijn uit te proberen.
Het zou mooi zijn als bovengemiddeld intelligente mensen elkaar zouden stimuleren om goede gedachten te delen en goede initiatieven te ondersteunen en elkaar daarin de weg te wijzen, zodat er meer mogelijkheden geboren kunnen worden voor bovengemiddeld intelligente mensen.
En natuurlijk mogen alle mensen meedoen!
vrijdag 13 november 2020
Een label? Nee, een handleiding!
Er is weer het nodige te doen over het fenomeen label.
Het televisieprogramma de Monitor heeft besloten zich bezig te gaan houden met #Autisme en koos ervoor om ook experts aan het woord te laten die uitgesproken opvattingen hebben over hoe je tegen autisme aan moet kijken.
Een van die deskundigen is een kinder- en jeugdpsychiater, werkzaam bij de GGZ in het midden van het land. (ik noem bewust geen namen, daar gaat het namelijk niet om, het gaat om het type denken)
Deze psychiater neemt als voorbeeld 'driftbuien' die 'het probleem' zouden zijn waarvoor ouders bij de GGZ aankloppen met de vraag 'heeft mijn kind autisme'.
De opmerkingen van de psychiater blijken nogal stigmatiserend te zijn, door te bepalen dat het label dat 'gevraagd wordt' een vertroebeling geeft en het zicht op het echte probleem wegneemt.
Hier heb ik een totaal andere visie op.
Drie zoons heb ik, waarvan er één wegens 'driftbuien' en aanverwant gedrag al op de basisschool op het speciaal onderwijs terechtgekomen is, één halverwege de basisschool contact kreeg met de leerplichtambtenaar en Veilig Thuis en de politie, en één die door de basisschool richting ADHD diagnose gedreven werd. Ik kan dus duidelijk stellen dat ik ervaring heb met driftuitingen en ander ongewenst gedrag dat leidt tot reacties van de omgeving.
Alledrie de zoons en ook ikzelf hebben een autismediagnose gekregen.
Aanvankelijk leek me dat een wat overbodig label, aangezien ik exact wist wat er aan de hand was en ook welke oorzaken er voor aan te wijzen waren. Alledrie de zoons hadden te maken met spanningen in de thuissituatie, voorafgaand aan de scheiding van hun ouders. Alledrie de zoons hadden te maken met pestgedrag op de school waar ze zaten. Alledrie de zoons hebben moeite met onderscheiden tussen bewuste onrechtvaardige situaties en gebeurtenissen die onrechtvaardig uitpakken, maar niet zo bedoeld zijn. Alledrie de zoons reageren heftig als er teveel tegelijkertijd gebeurt. Of dat nu gaat om drie vragen tegelijk stellen ('Zet je je schoenen even in de gang? En neem dan ook gelijk je tas mee? En waar laat je je jas?' Of 'wat wil je drinken? en wil je er ook iets bij? Hoe was het eigenlijk op school vandaag?') of om een overdosis aan geluiden of indrukken in meer algemene zin.
Omdat ik net zo'n hoofd heb als mijn zoons, zo'n hoofd dat vele denksporen tegelijkertijd aan heeft staan, maar er niet tegen kan als anderen diverse dingen tegelijkertijd op me afvuren (geluid is een heftige, tekst is ook een prikkel en inhoud van wat gezegd wordt kan al een derde prikkel opleveren wegens innerlijke associaties), snap ik vrij goed wat er gebeurt als mijn zoons 'ineens' ontploffen. Het is nooit 'ineens', het is altijd een aantoonbare samenloop van omstandigheden.
Bijvoorbeeld de situatie dat je je ergens aan stoot terwijl je snel iets wou pakken dat je nodig had om op tijd de deur uit te kunnen en je je op dat moment ook net bedenkt dat iets ander essentieels ook nog van een andere plek tevoorschijn moet komen. Dan ontstaat 'kortsluiting' en kun je heftig tekeergaan over de relatief kleine gebeurtenis van je ergens aan stoten op een niet zo pijnlijke, maar wel afleidende manier.
Of bijvoorbeeld de situatie dat je moe uit school komt en je direct weer de deur uit moet voor een afspraak bij een of andere hulpverlener, een afspraak die je vergeten was en die je dus overvalt. Ook dan kan 'kortsluiting' ontstaan en ineens een woedeuitbarsting volgen. Je had mogelijk ook nog honger en een te lage bloedsuikerspiegel, zonder je dat te realiseren. Of moest dringend naar het toilet, maar kwam er niet toe omdat je geacht werd gelijk mee te gaan naar de afspraak.
Kleine dingen die opstapelen worden dan al snel grote dingen.
En als kleine dingen grote dingen geworden zijn kan een laatste kleie ding het wankele evenwicht van de volle emmer verstoren en een golf eruit laten stromen die niet te stuiten is.
Dat is de vermeende 'driftbui' die 'het echte probleem' is. Nee dus. De 'driftbui' is de overlopende emmer. Als de emmer leger was gebleven, had die ene druppel niet zo'n groot effect kunnen hebben.
Het willen indammen van driftbuien of kinderen om leren gaan met hun 'te korte lontje' zou in gevallen waar geen sprake is van autisme mogelijk een nuttige route zijn. Mogelijk, want in alle literatuur komt naar boven dat kinderen altijd vanuit een context bepaald gedrag vertonen en dat er niet zoiets is als 'onbegrepen gedrag', maar wel zoiets als 'gebrek aan kennis over bepaalde oorzaken van gedrag'.
Zolang een probleem alleen bij de uitkomst aangepakt wordt, zal niets veranderen aan het ontstaan van dat probleem.
Toen twee van mijn kinderen een diagnose autisme gekregen hadden, ging ik me uitvoerig verdiepen in wat er bekend was op dat moment over autisme. En die kennis vormde beetje bij beetje een heldere handleiding voor de omgang met mijn zoons en ook voor wat ik over hen kon zeggen aan anderen als ik hen wou verzekeren van een omgeving die goed zou reageren op hen, waardoor hun 'driftbuien' minder makkelijk zouden ontstaan.
Het label had me de route gewezen naar dergelijke informatie. Voor hun diagnose had ik geen idee van wat autisme was.
Toen kreeg ik zelf een diagnose en realiseerde me dat ik allang wist wat autisme is. En bood dat ook nog een verklaring voor mijn zeer natuurlijke omgang met mijn zoons en hun bijzondere gedrag, waar hun vader erge moeite had met 'aanvoelen' wat ze op een bepaald moment nodig hadden.
Ik had ervaringskennis, ik kon me goed inleven in hun denkwijze, ik kon me levendig indenken hoe bepaalde dingen op hen over zouden kunnen komen, ik kon beetje bij beetje hen leren omgaan met hun woedeuitbarstingen en hen leren eerder door te krijgen dat er zo'n uitbarsting aan zat te komen en uiteindelijk leerden ze zelfs om al hulp te vragen ver voor er sprake was van een overstromende emmer. Beter de half gevulde emmer leren zien als waarschuwingsmoment dan wachten tot de laatste druppel gevallen was.
Natuurlijk had dit alles zonder label ook gekund.
Maar dankzij het label was de route die ik met hen moest bewandelen een stuk eenvoudiger en korter. Ik wist uit het woud van hulpverlening de focus te leggen op hen die verstand hadden van intelligente kinderen met autisme. Was die kennis er niet, dan zou de geboden hulp minder passend zijn, realiseerde ik me vrij snel. Het kwam telkens uit.
Hulpverleners met vakkennis hadden een stijl van omgaan met mijn zoons die werkte. Ze boden eenduidige taal. Gaven concrete handvaten aan onderwijzend personeel. Legden uit dat bepaalde uitingen van mijn zoons niets brutaals of vijandigs of naargeestigs als intentie hadden, maar voortkwamen uit hun letterlijke denktrant.
Hun sterke kanten werden ook door hen in beeld gebracht. Hun bijzondere gevoel voor humor, hun doorzettingsvermogen, hun originele denken, hun gezagsgetrouwheid, hun eerlijkheid. Allemaal zaken die ook negatief opgevat hadden kunnen worden, als het label ontbroken had.
Gevoel voor humor kan gezien worden als botheid of ongevoeligheid.
Doorzettingsvermogen kan opgevat worden als drammerigheid en onverzettelijkheid of koppige halsstarrigheid.
Origineel denken kan beschouwd worden als je niet willen voegen.
Gezagsgetrouwheid kan bekeken worden als slaafsheid en een gebrek aan eigen initiatief.
Eerlijkheid voelt snel als ongepaste brutaliteit of naargeestige wreedheid.
Gelukkig was er het label, dat al die op het oog eveneens aanwezige kanten een nieuwe kleur konden geven die mijn zoons meer als opgroeiende jongens met een bijzondere ontwikkeling in beeld lieten komen en niet als gemankeerde slecht opgevoede driftkikkers.
In de kern zijn alledrie mijn zoons vriendelijke zachtaardige jongens. Dat delen ze met hun moeder. (nou ja, ik ben geen jongen....)
Pas als ze het gevoel hebben niet de ruimte te krijgen om zichzelf te zijn en zich niet vrij voelen om met eigen oplossingen te komen voor situaties die ze moeilijk het hoofd kunnen bieden ontstaat er kortsluiting en kan hun uitingsvorm die van de kant van woede zijn.
Mijn uitingsvorm ligt meer aan de kant van verdriet en angst. Woede werd mij als kind ook afgeleerd. Meisjes mogen helemaal niet laten zien dat er agressie in ze schuil kan gaan.
Als ik een label had gehad had ik net als mijn zoons mijn natuurlijke neigingen niet hebben hoeven leren onderdrukken.
Ik ben sinds ik dat label kreeg meer en meer aan het ontdekken dat mijn handleiding veel eenvoudiger is dan ik altijd meende. Ik was geen 'moeilijk mens', ik had gewoon autisme.
Net zoals mijn zoons geen 'driftkikkers' zijn, maar jongens met een groot gevoel voor rechtvaardigheid en een overreactie op teveel prikkels.
Handleidingen lezen we als het goed is.
En daar doen we wat mee.
Kinderen een label onthouden is hen willen begrijpen zonder de handleiding in te zien.
Natuurlijk kan dat.
Maar waarom zou je de moeilijke weg kiezen?
Het label is niet het probleem, maar de driftige ijver om al die labels overboord te gooien zonder de maatschappij zo in te richten dat de handleidingen algemeen bekend kunnen zijn.