zondag 18 oktober 2020

Alles in vertraging

Sinds bekend werd, in 2013, dat ik autisme heb (diagnose gekregen en daar onmiddellijk overal openheid over gegeven in mijn werkkring en sociale netwerk), is mijn leven een rollercoaster geworden. 
En ja, dan kan het even duren voor alle gevoelens die dat met zich meebrengt ook een plek krijgen in mijn bewuste denken. Veel was en is aan het rondhangen in mij, duikt af en toe op, dient zich aan, laat van zich horen, wil gezien worden, maakt stennis, doet alsof er niets aan de hand is, verstopt zich, verschuilt zich, vermomt zich of doet iets anders dat me energie kost, terwijl het bedoeld was als oplossende actie. 
Al die copingstrategieën die een mens opbouwt in zijn (haar) leven, kunnen behoorlijk tegen je gaan werken als je echt ergens mee te dealen hebt dat vraagt om adequate copingstrategieen. 
Want daar zit dus de angel van autisme. 

Voorheen dacht ik werkelijk dat ik goed omging met dingen die me overkwamen, zelfs als ik er overduidelijk enorm door van slag raakte of zelfs een ziekte (depressie) door ontwikkelde. Ik dacht namelijk altijd dat hoe ik het deed of niet deed te maken had met mijn incapabele inzet om ergens weer uit te komen. Ik moest gewoon beter mijn best doen, vond ik menigmaal. En als iedereen geneigd is in die trant adviezen aan te reiken ('ga wandelen, dat helpt tegen depressieve gevoelens', terwijl je al moeite hebt 's morgens kleren aan te trekken, juist vanwege die depressie) en je zelf de gewoonte hebt om alles wat iedereen je zegt serieus te nemen, zelfs als de spreker overduidelijk geen persoonlijke ervaring heeft en ook op andere gronden geen inhoudelijke kennis van de gegeven situatie, dan is het niet zo lastig te bedenken hoe ik met mijn eigen hoofd mijzelf eerder dieper in putten wierp dan wegen vond om er uit te klimmen, al dan niet met toegeworpen touwladders. 

Vandaag reed ik door een dorp waar ik in het verleden predikante was. Fulltime werkte ik daar. 
En ik realiseerde me vandaag ineens met een schok, dat vanaf het moment dat ik daar de veilige haven die ik gecreëerd had verlaten had, mijn leven beetje bij beetje afgebrokkeld is tot de situatie waarin ik geheel arbeidsongeschikt door het leven ga. Dat dat niet hetzelfde betekent als 'tot niets meer in staat' moge duidelijk zijn. Ik ben momenteel fulltime mantelzorger, ben parttime moeder voor een deel van mijn kinderen, die zelf ook een autismediagnose hebben en ik heb een hond. 
Maar goed, dat dorp waar ik doorheen reed bracht me ineens terug in de tijd. En het drong tot me door dat ik die baan die ik toen vervulde wel degelijk mis, als vast ijkpunt in mijn bestaan, als reden voor datzelfde bestaan, als daginvulling en voldoening gevende bezigheid in mijn bestaan en als (ja, toch wel) enig aanzien opleverende kant van mijn bestaan. Dat laatste, zo ontdekte ik, heb ik het diepste verstopt in mijzelf en het meest lopen ontkennen en het hardst lopen weerspreken tegen mezelf als het zich weer eens aandiende. 
En dat deed ik niet zomaar. 

Het hangt namelijk samen met de statusloosheid die ik verwierf door in mijn professionele en privé omgeving te melden dat ik autisme heb. Het gekke wat er gebeurt als je meldt dat je een diagnose hebt, is dat (de meeste?) mensen dan ineens anders naar je gaan kijken en alles wat je doet of laat gaan beoordelen in het licht van de hen bekend geworden diagnose. 

Ze zien en horen niet meer in eerste instantie de professional die je bent, maar ze horen, degene met een diagnose, die ook nog een professional zegt te zijn. (ja, zegt te zijn, want zelfs dat wordt plotseling in twijfel getrokken, al zal niemand dat hardop toegeven)
Kortom, sinds ik met diagnose verder leefde en zelf me ging bevrijden van ballast die ik opgebouwd had door diverse coping strategieën, was mijn hele omgeving in twijfel aan het trekken wat ze zagen en hoorden bij mij, wat mij weer op een ander type coping strategieën over liet gaan, zodat ik mijn omgeving wel kon blijven begrijpen. 
Dus dat ik me meer en meer buitengesloten voelde worden, negeerde ik (handige coping strategie: ontkennen wat je waarneemt) of ging ik verklaren (handige coping strategie: redenen verzinnen waarom iets is zoals het is) en door dat te doen schoot ik weer terug in mijn oude denken van voor de diagnose.

Terug naar vandaag. 
Ik realiseerde me dat ik het gemis aan status een pijnlijk gemis vind, waar ik nog onvoldoende om gerouwd heb. Dat ik die rouw wegduw of uitstel is omdat ik in mijn denken eigenlijk geen ruimte wil geven aan de waarheid van dat gemis. Het zou niet zo moeten zijn dat ik status verloor, zuiver en alleen door een diagnose die iets verklaart dat volkomen losstaat van hoe ik functioneerde als predikante. Het had en heeft met name in mijn privéleven gevolgen dat ik autisme heb, nooit had het dat tijdens opleidingen, stages of werkjaren. Geen mens heeft ooit er blijk van gegeven dat ze vonden dat mijn nauwgezetheid en accuraatheid en creatieve inslag en positieve levenshouding en kennis van zaken typisch trekjes waren die bij autisme horen, laat staan dat ze het als storende eigenaardigheden van mij zouden betitelen. Integendeel! 
Slechts in privé situaties loop ik keihard tegen mijn autisme aan. Al is het maar omdat ik oneindig veel bijkomtijd nodig heb na een geleverde inspanning in de buitenwereld. 

Rouwen om wat je als onrecht ervaart is ingewikkeld, omdat rouw verdriet met zich meebrengt en onrecht ervaren vooral woede losroept. Woede en verdriet combineren slecht bij mij, waardoor ik dan de neiging krijg beide weg te duwen en te negeren als opties. 
Met als gevolg een enorme bitterheid, zodra ik woorden poog te geven aan deze vorm van uitgestelde rouw. 

Natuurlijk, status is niet werkelijk van belang om een zinvol bestaan te kunnen leiden. Het kan prima zonder. 
Maar als je vanuit die status serieus genomen wordt en zonder die status niet in staat lijkt te zijn om zelfs maar een plek te vinden om gehoord te worden, laat staan serieus genomen te worden als gesprekspartner die inhoud heeft, dan is het toch wel echt ingewikkeld. 
Rouw is hard werken. 
Rouw die al vele jaren weggeduwd is ervaren is helemaal hard werken. 
Toch lijkt het zinvol woorden te zoeken om juist deze rouw met de wereld te delen. 
Niet om medelijden te krijgen of zelfs maar medeleven, maar om mensen wakker te schudden over hun eigen reactie op andermans diagnose. 

Ik werd niet een ander persoon. 
Ik kreeg een diagnose. 
En de wereld veranderde. 
En de diagnose werd meer en meer waar. 
En ik werd alsnog een ander persoon. 
In de ogen van de wereld. 

 

woensdag 23 september 2020

Vluchten kan niet meer

De wereld is in tien, twintig jaar tijd veranderd van een menselijke maat naar een maat waar mensen als probleem ervaren worden. Spullen zijn essentieel geworden om in contact te blijven met onze medemensen. Immers, iedereen is druk of wegens Coronatijd thuis en niet in staat of bereid tot fysieke ontmoetingen. We bellen, we mailen, we appen, we skypen, we doen wat we kunnen, via apparaten die we daarvoor in bezit hebben of speciaal aanschaffen, om tenminste bij de tijd te blijven. 
Zonder mobiele telefoon of tablet of laptop of computer ben je in de hedendaagse maatschappij geen knip voor de neus meer waard, tel je niet meer mee, doe je niet meer mee, besta je in feite niet eens. 
Schrijven met de hand wordt verleerd en handschriften gaan hollend achteruit, omdat het enige briefje dat nog weleens geschreven wordt de notitie van de wificode bevat opdat je in kunt loggen op het systeem dat je mogelijk maakt om je apparaat probleemloos te gebruiken. 

Ik heb een nieuwe telefoon en nieuwe laptop aangeschaft. Het aanschaffen verliep digitaal. Het ontvangen ervan kon binnen een dag. De bezorger was de enige persoon die ik zag die me hielp aan deze nieuwe apparatuur. Om mijn apparaten in gebruik te nemen moest ik een aantal handelingen verrichten die ik uitstelde ,omdat ik vreesde dat ik dat wellicht niet probleemloos voor elkaar zou kunnen krijgen, aangezien de techniek voortschrijdt en mijn kennis niet navenant mee ontwikkelde. 
Gelukkig heb ik een zoon die van na 2000 stamt en dus niet beter weet dan dat mensen contact met elkaar onderhouden via apparaten die ze meenemen overal naartoe. Hij kon me assisteren en ik ontdekte dat ik niet, zoals ik meende, mijn simkaart (ik vraag dit woord aan mijn partner, omdat het juiste woord me ontschoot, zoals ik ook het woord wificode niet paraat had en hij gelukkig wel) eerst moest verwisselen alvorens mijn apparaat in gebruik te kunnen nemen, maar alles in gereedheid kon brengen en dan als laatste handeling de simkaart kon vervangen. 
Om dergelijke dingen te kunnen doen heb ik enige mentale rust nodig, zodat mijn handen doen wat ik wil en ik niet vanuit overprikkeldheid onhandig doe en dingen niet voor elkaar krijg die de fijne motoriek aanspreken. 
Inmiddels ben ik ook zover dat ik mijn nieuwe laptop in gebruik ben gaan nemen. Bestanden overzetten van het oude apparaat, dat ik al zeker een jaar of acht en vermoedelijk zelfs tien jaar in bezit heb, ben ik nog niet aan toegekomen. Een handeling die wederom aandacht vraagt, omdat ik dit keer niet, zoals ik pakweg tien jaar geleden nog gewend was, eenvoudigweg alle bestanden die er opstaan mee wil nemen naar het nieuwe apparaat. 
Vroeger, pakweg tien jaar geleden, leefde ik nog met het gevoel dat bij overstappen naar nieuwe apparatuur je alles meeneemt wat op het oude apparaat terechtgekomen was. Inmiddels weet ik beter, je kunt ervoor kiezen om selectief te zijn. Je kunt ervoor kiezen om dingen achter je te laten en er nooit meer naar te kijken, zeker nu ik de afgelopen tien jaar al die toen overgezette bestanden maar zeer minimaal tot helemaal niet heb geopend. Ervaringskennis helpt soms bij het wennen aan nieuwe apparaten. Geen overbodige ballast meesjouwen. Geen dingen overhevelen die puur ruimte vullen. 
In de vaart der volkeren is er slechts één route mogelijk: voorwaarts. En wie vooruit wil moet soms het nodige achter zich laten. 

Overigens - geheel terzijde - wisten jullie dat je nog steeds, zoals toen computers in opkomst waren, accenten op letters kunt laten verschijnen door de alttoets in te drukken en een code in te tikken op je numerieke bord? Ik tikte net één en gebruikte daarvoor de code 130 die ik in mijn geheugen gegrift heb omdat ik dat zo handig vind, accenten zetten zonder na te hoeven denken over welke knoppen ik daarvoor nodig heb. Zo ken ik ook 137 als een handige en 129. En er zijn er nog heel wat meer die me makkelijker overkomen dan zoeken waar dat trema zich nou bevindt. 

De veranderingen die deze maatschappij als vanzelfsprekend en normaal is gaan beschouwen zetten steeds meer mensen op achterstand. Achterstand, niet omdat ze niet intelligent zouden zijn, maar omdat ze het nut niet direct inzien van verandering, in het volle besef dat niet elke verandering een verbetering is. Het is duizenden jaren mogelijk geweest om mondeling met elkaar te communiceren, om informatie rechtstreeks uit te wisselen door je eigen mond te gebruiken en je eigen tekst daar uit te laten rollen. Tegenwoordig is dat steeds ongebruikelijker. We zijn gaan praten in formats, in sjablonen, in jargon. En we digitaliseren die woorden, zodat we er niet meer elke keer over na hoeven te denken. 
Vandaag had ik een man aan de telefoon die zijn voorgeprogrammeerde zinnen over me uitstortte. Het was een goed script, het klonk echt en bijna alsof het een echt gesprek was dat we voerden. Ik hoefde slechts te hummen of te ja en nee-en om hem verder te laten praten. Op enig moment gaf ik een reactie die niet in zijn script stond, ik zei dat mijn partner kanker heeft. Ik had geluk, ik trof een creatieve snel denkende beller die in staat bleek een ander script aan te laten springen in zijn hoofd en in te gaan op wat ik zojuist gezegd had, met nuttige invlechting van het script dat hij over me aan het uitstorten was. Hij begreep zowaar dat zijn script van vragen om een grotere bijdrage dan ik al geef aan het goede doel waar hij voor werkt (N.B. hij belde namens Amnesty International en sprak over mensenrechten), niet passend was gezien de huidige omstandigheden. Dat bevestigde ik. Ik had het gesprek al zodra ik opnam in die richting willen sturen, namelijk dat ik geen extra gift ging geven, maar het script had dat niet toegestaan, waardoor we alsnog in een zogenaamd gesprek terechtkwamen. 
Dit type gesprek is tegenwoordig eenvoudiger te voeren dan een werkelijk gesprek van hart tot hart, van ziel tot ziel. Het was al een mirakel dat deze man nog iets van eigen ervaringen benutte in zijn reactie op mijn mededeling. 

De voorgeprogrammeerde teksten, de taalvereenvoudiging, we zijn er zo aan gewend geraakt dat we onmiddellijk het spoor bijster raken als mensen onverwachte dingen doen of zeggen. Het onverwachte, het onvoorspelbare, het wordt bij voorkeur uitgebannen, puur en alleen omdat het onvoorspelbaar is en onverwacht. Terwijl door die stijl van communicatie, die sfeer van 'wat we besloten hebben is goed, omdat we dat besloten hebben', we alle spontaniteit en speelsheid eveneens uitbannen uit de communicatie. 
Mensen zijn niet langer de maat. De maat is veranderd in een ritmisch gebruik van vaststaande trillingen die verwachte reacties teweegbrengen waar we allen ons voordeel mee kunnen doen omdat het de wereld van verplichte abonnementen, noodzakelijk voor het gebruik van onze communicatiemiddelen, ermee in stand kunnen houden en mensen tot uitgaven kunnen aanzetten die ze spontaan nooit bedacht zouden hebben en zeker niet zo als vanzelfsprekend aanvaard zouden hebben als nu het geval is. 

De wereld is veranderd. De mens is er bijna uit verdwenen. 
En het ziet er niet naar uit dat de mens er eenvoudig weer in terug kan keren en een plek kan vinden als schepsel temidden van flora en fauna die ons voedt. De digitale wereld laat alles echter lijken en beter klinken en schoner overkomen dan wat we om ons heen aantreffen als we onverhoopt toch het pand verlaten en op pad gaan naar een medemens. Echte mensen maken rommel, vergeten dingen, raken vermoeid, doen dingen onhandig, maken fouten en zijn zeker niet de perfecte wezens die de digitale wereld ons voorschotelt via Netflix en andere bronnen die nog mensen in hun menselijke gedaante aan ons vertonen. De wereld is de wereld niet meer. De wereld is vergeven van wat we niet nodig hebben en gevuld met de resten van wat we niet meer willen bezitten en doordrenkt van wat we vergeten dat door ons veroorzaakt werd. 
Vluchten kan niet meer. 
Er is geen andere wereld dan deze. Er zijn geen andere mensen dan de mensen die er zijn. Nieuwe doen immers direct mee in wat ze aantreffen en zullen niet zo eenvoudig als mijn generatie ontdekken wat reflectie kan betekenen en hoe analyse van het eigen denken het leven positief kan beïnvloeden. En hoe interactie zonder protocollen of scripts bevrijdend en verfrissend is en de ziel koestert zonder de geest uit het oog te verliezen. 

dinsdag 23 juni 2020

Vermoeidheid, het houdt nooit op.......

Lang heb ik in mijn leven gedacht dat ik tamelijk lui van aard ben. Na een tijd ging ik dat woord vervangen door het vriendelijker klinkende gemakzuchtig. Maar inmiddels ben ik er achter dat die vermeende labels geen van beide weergeven waarom ik meende dat ze van toepassing waren.

Als ik dingen niet deed in mijn leven, opdrachten niet uitvoerde, spullen niet opruimde, afwas liet groeien, administratie opstapelde, dan was ik altijd van mening dat ik maar een lui mens ben, iemand die de kantjes er vanaf loopt. Want zo had ik het altijd meegekregen in films, boeken, en in gesprekken die mensen voeren over dergelijk gedrag.
Als ik tegelijkertijd wel degelijk in staat bleek mijn schooltaken te vervullen of mijn studiepunten te halen of mijn werkzaamheden tot een goed einde te brengen, dan was dat in mijn hoofd vanzelfsprekende plichtsgetrouwheid die volkomen los bestond van de luiheid die ik mezelf ook toeschreef.

Toen kwam ik in een burnout terecht en vielen alle dingen die ik voorheen wel degelijk was blijven doen, geheel weg. Ik werkte niet meer, ik hing slechts rond in mijn bestaan en kon amper mijzelf en mijn kinderen verzorgen. Totaal uitgeput was ik.
De afwas doen werd een klus om de dag door te komen. Ik was blij als het niet zover groeide dat ik eerst moest afwassen voor ik kon koken. Dat was dan een hele prestatie die ik geleverd had en ik was best trots op mijzelf, ook al bleef een stemmetje van binnen iets over luiheid mompelen.

In de periode dat de burnout wat draaglijker werd en er licht herstel begon op te treden, doordat ik alles wat niet strikt noodzakelijk was (ook sociale contacten vielen daaronder) geschrapt had, kwam er meer ruimte om weer wat dingen te gaan doen. En ik merkte dat werken met mijn handen langzaamaan steeds beter ging.

Door die periode begon ik ook na te denken over die vermeende luiheid van mij. Die zogenaamde gemakzuchtigheid.
En beetje bij beetje drong het tot me door dat het dat niet is.
Het is ten diepste een oneindige vermoeidheid. Het type vermoeidheid dat je niet meer zo betitelt, omdat het je dagelijkse stand van zaken is en je niet anders weet dan dat je moe bent. Dat je vanwege vermoeidheid niet komt tot taken die enige energie vergen omdat ze niet de dagelijkse routine vormen, al keren ze met grote regelmaat terug, is een besef dat langzaam, heel langzaam binnensijpelde.

Ik ben niet lui, ik ben doodmoe!
En die chronische vermoeidheid maakt dat klussen die me niet automatisch afgaan (studeren en werk ging wel degelijk automatisch, omdat nadenken mij altijd enorm veel voldoening en energie geeft) blijven liggen. Niet omdat ik er te lui voor ben of te gemakzuchtig, maar omdat ik van alles wat ik wel doe in mijn leven zo moe word, dat ik bij moet komen en uit moet rusten en niet de tijd kan benutten om nuttige taken die een huis op orde houden te vervullen.

Dat vermoeidheid niet vanzelfsprekend is moge duidelijk zijn.
Ik heb lichamelijke oorzaken voor de vermoeidheid. Te weten astma, dat erg reageert op het weer, en een chronisch vitamine B12 tekort, dat mijn hersenpan in verlamming laat schieten en me bij vlagen het denken vrijwel onmogelijk maakt, laat staan het schakelen tussen taken.

En alsof dat nog niet genoeg is ben ik ook nog gezegend met autisme. Een remmende factor op mijn lichaam en geest, die me in het gareel houdt als ik voor de troepen uit wil snellen en wegen in wil slaan die absoluut vermoeidheid op zullen leveren. Dan is er de onbewuste rem, die ik zo lang duidde als 'luiheid'. Nee, geen luiheid, autisme!

zondag 14 juni 2020

Au(toma)tisme(n)

In mijzelf ervaar ik een groot verschil tussen de momenten in mijn bestaan waar ik leef en mijzelf ben en de momenten waarop ik existeer en als vanzelf dingen doe.
Ik kan dat eenvoudig illustreren en schreef er al vaker over alhier, er zijn voor ieder mens zaken die vanzelf gaan en zaken waar je je aandacht bij moet houden.
Het besturen van je auto gaat in het algemeen automatisch en vanzelf, zonder nadenken dus, terwijl de weg vinden op een locatie die je niet kent meer echte aandacht vergt en niet op de automatische piloot kan plaatsvinden.

Waar het bij handelingen nog wel voor de hand ligt dat er automatische reacties mogelijk zijn, is dat voor communicatieve zaken wat minder logisch, voor veel mensen.
Ik merk bij mezelf echter dat dat proces van communicatie wel degelijk veel automatische kanten heeft en het zou weleens zo kunnen zijn dat daar het vermeende 'gebrek aan tom' uit voortkomt, zoals vaak besproken in wat oudere literatuur over autisme.

Theory of mind (TOM) is het fenomeen dat je je kunt verplaatsen in dingen die niet geheel zichtbaar zijn. Dat je je in kunt leven in wat er waarschijnlijk is en niet puur uitgaat van wat je ziet of hoort.

Theory of mind is het vermogen om een idee te vormen van het perspectief van anderen en zichzelf op gebeurtenissen en situaties. Dit vermogen brengt de vaardigheid met zich mee om te beseffen dat de eigen opvattingen, verlangens en emoties kunnen afwijken van die van een ander. (bron: Wikipedia)
Gek genoeg zie ik dit met grote regelmaat ook plaatsvinden tussen mensen die geen diagnose hebben. Ze leven zich in in situaties en gaan dan vanuit hun inlevingsvermogen standaard reageren.
Stel je bent hulpverlener in de thuiszorg en gaat van cliënt naar cliënt. Ben je dan goed helder en fit dan zul je bij elke cliënt beseffen dat je iemand anders voor je hebt en dat je op deze cliënt een andere reactie moet geven dan op alle andere cliënten die je die dag tegenover je hebt, ook al hebben veel van de cliënten vergelijkbare of zelfs identieke probleemsituaties of gezondheidsperikelen.
Je kunt je aanpassen. Je doet dat als het goed is ook.
Maar het lukt niet altijd. Er zullen dagen zijn dat je minder fit bent en minder alert reageert en standaardteksten uit op standaardopmerkingen. Iemand heeft een probleem en jij verwoordt spontaan je vaste respons op dat type probleem. Bij problemen op punt x heb je oplossing y nodig. Ook al weet je dat cliënt z met die oplossing niet uit de voeten kan.
Dat is op dat moment dus een gebrekkig functionerende TOM, je reageert immers 'automatisch'.

Mijn lichaam kan dat heel goed, 'automatisch' vond ik vannacht links van mij het lichtknopje, waar ik het op een andere locatie rechts moet zoeken. Gek genoeg meende ik toen het licht verscheen die andere locatie te zullen aantreffen en was ik oprecht verbaasd dat dat niet het geval was. Mijn hoofd was niet meeverhuisd naar deze locatie, hoewel mijn lichaam het prima besefte. Lichaamsgeheugen werkt nu eenmaal anders dan hoofdgeheugen. Soms 'mis je' iets even, of keer je ongemerkt terug naar een locatie waar je lichaam zich helemaal niet bevindt.

Mijn geest kan het echter ook heel goed!
Ik kan gesprekken voeren zonder dat ik 'er bij' ben.
Dat gaat makkelijk, omdat mensen vrij veel gesprekken voeren die herhalingen met variaties zijn van eerder gevoerde gesprekken.
Bij de kleine gesprekken in een winkel herken je dat makkelijk. 'Wilt u de kassabon?' 'Ja, doe maar' 'Wilt u ook zegels?' 'Ja, geef ook maar mee'. Gedachteloos pak je alles aan, omdat 'ja' nu eenmaal een aangenamere respons is dan 'nee' en je dus voor 'nee' je hersens 'aan' zult moeten hebben staan, terwijl je bij 'ja' kunt antwoorden zonder energieverlies.
Dat je vervolgens dingen in je hand hebt die je op moet bergen zie je pas als je je oog er op laat vallen.

In de kleine smeermomenten van het intermenselijk verkeer komen dergelijke contacten veelvuldig voor en verlopen vrijwel altijd volgens een min of meer herkenbaar script, waar je makkelijk je in kunt begeven zonder enige denkinspanning te hoeven leveren. Je op de vlakte houden is de veiligste route daarbij, dus al snel blijk je instemming getoond te hebben bij zaken waar je je niet van bewust was, puur omdat je je hoofd er even niet bij had.
Als je dan op een later moment daarop terugkomt, omdat je je bedenkt dat je automatisch antwoordde en toestemde zonder dat je dat had willen doen, ontstaat het probleem dat de ander niet begrijpt hoe je nu plotseling zonder aanleiding terug wilt krabbelen van een gemaakte afspraak. Hoezo terugkrabbelen? Ik had er gewoon niet bij nagedacht! Het was dus geen echte afspraak!
Maar, heb je een diagnose, dan sta je nu te boek als 'de wispelturige autist die steeds van mening verandert'.
Hier speelt het vermeende gebrek aan Tom dus een rol. Je hebt er niet een gebrek aan, in zekere zin is het de ander die er een gebrek aan heeft! Want het was wel degelijk te merken dat je 'automatisch' antwoordde en niet 'echt'.
Je kunt dat namelijk merken aan de wijze waarop de reactie verwoord is.
Zijn het zinnen die heel gewoon klinken, dan is het vrij waarschijnlijk dat er een automatisch gevormde reactie klonk. Pas als het een tekst is die heel eigen en wellicht wat apart geformuleerd lijkt te zijn, kun je er vanuit gaan dat degene met autisme na heeft gedacht over de te leveren respons op wat gezegd is.

Hoe gekker de teksten, hoe echter ze zijn!

Maar ja, denk daar maar eens om, als je meestal met mensen zonder autisme in aanraking komt, die allerlei dingen met elkaar uitwisselen in uitwisselbare (in de zin van vervangbaar) zinnen.
De gewone taal van alledag is makkelijk, omdat we die allemaal benutten, zoals we er vanuit gaan dat 1 plus 1 altijd 2 is.
Autisten durven juist altijd zich af te vragen of het wel in elke situatie zo is dat 1 plus 1 2 is, of er niet ook situaties denkbaar zijn waarin dat principe niet geldt. En zo gaan ze ook om met taal en tekst en reacties op vragen die standaard genoemd kunnen worden. Misschien is deze herkenbare makkelijke vraag die ik nu hoor in feite wel een heel andere vraag dan ik denk en heb ik nu een ongeschreven regel situatie bij de hand waar de gebruikelijke reactie niet vanzelfsprekend passend is en moet ik iets anders zeggen dan gewoonlijk? Als die riedel in mijn hoofd aanspringt ga ik weer nadenken over wat ik zeggen zal en komt er soms een ogenschijnlijk merkwaardig antwoord tevoorschijn. Dan spreek ik niet meer vanuit automatismen. Dan spreek ik vanuit autisme. En eigenlijk ben ik dan pas werkelijk verstaanbaar. In ieder geval voor mijzelf.




donderdag 4 juni 2020

Autisme als anakoloet

Associatief denken is de kern van hoe mijn hoofd functioneert en zo realiseerde ik me zojuist ineens iets doordat ik een blog las van een lotgenoot
-  raar woord, maar geeft aan wat ik bedoel, dus het minst slechte woord in dit geval, denk ik, tot ik me te zeer erger aan dat woord en het toch liever vervang door een ander woord, dat de lading ook dekt, de vlag heeft die past bij wat ik wil uiten als ik een woord kies. Ja, dit is een raar intermezzo, om je even een inkijkje te geven in hoe mijn hoofd dat dus flikt, dit is nog maar een fractie van wat er in een fractie van een seconde (splitsecond wou ik noteren, maar ik besloot engels te willen vermijden) in mij opkomt, puur door het noteren van 1 woord! Kun je nagaan hoe druk mijn hoofd het gemiddeld genomen heeft, gezien de stortvloed van woorden die ik er in een seconde uit kan gooien, of dat nu getikte zijn (duh, dit gaat niet over 'gestoord', raar hoofd!) of gesproken woorden zijn. - .......

De zin eindigt niet meer, want het was wel helder, hoewel ik hou van zinnen die een begin en einde hebben en niet in een anakoloet ontsporen of de weg zo kwijtraken dat het onnavolgbaar wordt. Gelukkig kan dat op papier, want hardop denkend zo praten zou mijn omgeving daadwerkelijk gaan ergeren (ik wou irriteren schrijven, maar dat hoort niet, dat is niet het juiste woord, wordt me telkens uitgeduid, al vergeet ik steeds wanneer irriteren dan wel gebruikt kan en ergeren niet nodig is).

Wat ik bedacht is iets dat ik nog niet eens begon uit te duiden, terwijl we alweer vele zinnen ver zijn in deze blog. Hum. Zo raak ik dus telkens van de focus af.

Ik bedacht me, dat ik een copingstrategie heb, die me uitsluitend helpt omdat het een copingstrategie voor me is en in feite helder maakt dat ik op het moment dat ik die strategie toepas te maken heb met een te stressvolle periode in mijn bestaan, waardoor ik trucjes toe moet gaan passen om nog naar behoren te blijven functioneren.

Ik kwam op deze gedachte door zowel de inhoud als de vorm van de blog van mijn lotgenoot. (lotgenoot is in dit geval: iemand die goed in staat is een normale baan op hoog niveau vol te houden en dan op latere leeftijd de diagnose autisme krijgt, omdat er levensomstandigheden zijn die het volhouden ingewikkeld gemaakt hebben)
Ik zag bij de blog een heel fijn rijtje tags staan en ook nog een mooi overzicht waarin beeldend helder werd welke woorden op de blog veelvuldig voorkomen. Ik hou van dat soort overzichtelijkheid, bedacht ik me. En ik vroeg me in dezelfde seconde af waarom het me dan toch niet lukt om zelf dergelijke dingen toe te passen op mijn blog, waarom ik daar zo inconsequent en rommelig mee omga.

Nou, in feite, zo bedacht ik me, ben ik helemaal niet zo van gestructureerd omgaan met creatieve uitingen. Ik schrijf mijn blogs zoals ik denk, het stroomt uit mij en komt vrijwel zonder correctie in de openbaarheid. Ik schrijf zoals het in mijn hoofd opkomt op dat specifieke moment. Dat wil niet zeggen dat ik maar wat neerpen, het is wel degelijk doordacht, maar het is in een razend tempo zich gaan roeren in mijn hoofd en ineens voel ik dan dat ik NU moet gaan schrijven en als ik dat dan doe stroomt er iets zinvols naar buiten. In ieder geval zinvol voor mij.....laat ik bescheiden blijven.

Doordat ik zo te werk ga, min of meer lukraak, als een kunstenaar die de momenten van inspiratie onmiddellijk pakt, ongeacht andere bezigheden of het tijdstip van de dag of nacht, is het vrijwel niet te doen om gestructureerd te zijn met mijn blogs. Er zit geen plan achter, hoewel er wel degelijk een idee aan ten grondslag ligt. Er zit geen structuur in, hoewel er wel degelijk een ordening in plaatsvindt. Er zit geen regelmaat in, hoewel er wel degelijk een ritme aan te tonen is.

Ik golf mee met mijzelf en ontdek al schrijvend meer over mijzelf en over mijn autisme en en passant kan ik ook nog het een en ander aanreiken aan meelezende anderen.
Ik hoop uiteraard op lezers. Maar ben daar nooit op uit als ik schrijf. Ik ben mijn eigen lezer en bied mijn schrijfsels aan aan wie er wat aan heeft of puur uit interesse er kennis van nemen wil.

Toch zat het me ineens dwars, dat ongestructureerde. Want ik word wel degelijk blij van structuur en orde en helderheid en meer van dat soort zaken.
En ik herinnerde me hoe ik in mijn werk als predikante, als dingen me wat over de schoenen dreigden te gaan lopen, heel erg goed was in schema's maken en structuur aanbrengen en lijstjes maken en die dan afwerken en op die manier mijzelf goed te laten blijven functioneren. En ik werd daar dan altijd enorm blij van. Het gaf houvast. Zekerheid. Logica. Allemaal dingen waar ik dringend behoefte aan heb als er veel op me afkomt.
Mijn hoge intelligentie hielp me op die momenten om te bedenken wat me zou kunnen helpen en mijn aangeboren discipline hielp me om dan ook die gedachten om te zetten in daadkracht.

Nu ik niet meer werkzaam ben als predikante en fulltime mantelzorger ben, naast nog wat andere zaken, merk ik met enige regelmaat dat als het me wat teveel dreigt te worden het systeem van schema's maken en lijstjes heel behulpzaam is om weer overzicht te krijgen. Toch voelt het onbehaaglijk, omdat het leven nu eenmaal organischer is dan een baan dat is, die toch wel degelijk vaste structuren kent en heldere taken.
Ik merk in mijn huidige bestaan dat ik liever 'lukraak' en 'ad hoc' mijn dagen en uren invul en niet zo gesteld ben op de vastigheid die me wel degelijk iets te bieden heeft.
En als het goed met me gaat, als ik 'in groen' leef (in mijn geval ook tamelijk letterlijk op te vatten, ik leef op als ik veel in de tuin aan de slag kan of om andere redenen veel buiten  in de groene omgeving me bevind waar ik woon), ben ik prima in staat om in de willekeurigheid van alledag mijn dagen een zinvolle invulling te geven waar ik aan het einde van de dag tevreden op terug kan kijken.
Dan schrijf ik 'als vanzelf' en komen de woorden in een stroomlijn uit mij rollen, zonder dat ik zelf daar nog structuur aan toe zou hoeven voegen om het te verduidelijken.

Pas als het minder goed gaat, ik me teveel 'binnen vier muren' bevind in mijn bestaan en het gevoel krijg dat ik 'geleefd word' en 'geen eigen ruimte heb' in de uren van mijn dag, begint mijn wereld meer oranje te kleuren en heb ik meer en meer behoefte aan iets dat zorgt dat ik het groen weer zie. Orde in tijd en ruimte helpt dan, dus dan ga ik op vaste momenten eten en drinken en mijn huis opruimen, alles in een poging om weer grip te krijgen op mijzelf en me terug te brengen naar het aangename groen, waarin ik de hele wereld aankan en mijzelf eveneens.

Heel soms bevind ik me in rood, de alarmfase, waarin je me niet te na moet komen en zeker geen eisen aan me moet stellen en me juist wel moet helpen de orde en regelmaat er in te houden, omdat ik dat dan niet meer voor elkaar krijg op eigen kracht.
In dergelijke perioden is het noodzakelijk dat mijn blog overzichtelijk is als ik iets zoek dat ik ooit schreef.
En juist dan mis ik die ordening. Een ordening die ik slechts aan zou kunnen brengen in de groene fase. Alleen, dan heb ik er totaal geen behoefte aan! Omdat ik dan zonder moeite vind wat ik zoek, omdat ik een geheugen heb en een snelheid van zoeken die een prima combinatie vormen.
Dan vind ik het hooguit voor mijn lezers relevant dat ze op thema zouden kunnen zoeken binnen mijn teksten. Maar om alleen voor anderen iets te doen, terwijl niemand ooit me gemeld heeft dit te missen, is een overbodige handeling die ik hoe dan ook achterwege laat, want 'wat ik lastig vind pak ik niet op' (hier citeer ik de blog van mijn lotgenoot).

Mijn conclusie is dan ook, dat ik, als persoon, een chaotische rommelige creatieve geest ben, die houdt van organische processen (tuinieren is niet voor niets mijn passie) en door autisme een sterke drang tot logica ontwikkeld heeft, die me in staat stelt orde te ervaren in de meest rommelige situatie. Omdat ik die orde wel ervaar en weet dat ik baat erbij heb dat ik dat ook eenvoudig kan zien, heb ik mezelf als copingstrategie aangeleerd om orde aan te brengen als de chaos te groot wordt. Orde in mijn hoofd, orde in mijn spullen, orde in mijn dagen.
Maar om dat te doen is groen noodzakelijk en om groen te behouden heb ik ondersteuning nodig om uit het oranje en rood te blijven.

Ik denk dat ik deze blog als voorbeeld kan gebruiken van hoe mijn geest me helpt en dwars zit tegelijkertijd.
Want ik weet niet hoe het jou als lezer vergaat, maar ik krijg zelf nu al schrijvend de indruk, dat ik met een anakoloet bezig ben!

vrijdag 22 mei 2020

7 jaar na de diagnose, een analyse

Bijna op de kop af zeven jaar geleden (morgen is de heuglijke dag) kreeg ik een papier in handen waarop zwart op wit vermeld stond wat ik al een jaar of twee aan het vermoeden was: autisme.
De exacte diagnose kwam uit de DSM IV en we leven nu ten tijde van DSM 5, waardoor ik het al snel ging omzetten naar het neutrale woord 'autisme'.

Op het moment dat ik de brief in handen kreeg merkte ik met een schok dat het me raakte. Iets vermoeden over jezelf is één ding, het met zekerheid bevestigd zien worden door een deskundige die er onderzoek naar gedaan heeft is een heel ander verhaal!
Dat verraste me nogal.
Ik wist het immers al?

Nu, zeven jaar later, terugkijkend op dat moment besef ik des te meer dat er een verschil bestaat tussen vermoedens en zekerheden. Vermoedens zijn naar hartelust te ontkennen of te omhelzen, te verwerpen of te bewijzen, te verdringen of toe te juichen, immers, het vermoeden is dan nog steeds slechts een vermoeden. Een zekerheid echter ontkennen is ontkennen wat wel degelijk waar is. Een zekerheid verwerpen is je verzetten tegen het bewijs. Een zekerheid verdringen is negeren wat toch zeker is. Een zekerheid verandert niet, maar bewijst zijn bestaan juist in de ontkenning ervan.
Dat is het grote verschil tussen (vermoeden van) autisme en autisme.

Ik ben echter een genuanceerde denker. Wetenschappelijk opgeleid. Kritisch van aard. Scherpzinnig van geest. En geneigd altijd de nuance te zoeken en de zwart wit kant van het bestaan te vermijden. Hoe was het dan mogelijk dat juist ik een autismediagnose kreeg die zou betekenen dat ik wel degelijk van aard een zwart wit denker ben?

Het lag voor de hand dat de zekerheid van dat ene papier al mijn overige zekerheden op losse schroeven zette, daar en toen, exact op dat moment. Dat was het gevoel dat me bekroop en ik op dat moment nog niet onder woorden kon brengen.
Want als dit......dan betekent dat dus ook....en moet ik ook rekening houden met.....en kan ook nog spelen dat.....en is het zeker waarschijnlijk dat......en heb ik de kans dat......en is er de mogelijkheid dat......
Mijn hoofd ging in volle snelheid de nuanceringmodus aanzetten die me met vragen bleef bestoken en zekerheden tot vragen omvormde om maar te zorgen dat mijn hoofd zichzelf kon blijven en niet in een nare zwart wit wereld terecht zou komen.

Nu ik zeven jaar verder ben is het me weer gelukt om mijn oorspronkelijke denkwijze waarin ik alles altijd van zoveel mogelijk kanten bezie als mijn basisdenkwijze te benutten en weet ik steeds nauwkeuriger wanneer autisme in mijn denken een rol speelt. Want dat het een rol speelt is helder. Steeds duidelijker zelfs.

Waar ik voorheen vaak meende dat mijn denken uitsluitend genuanceerd was, ben ik er gaandeweg achter gekomen dat ik heel wat piketpaaltjes geslagen heb in mijn denken. En eenmaal een paaltje geplaatst dan is het nog een enorme klus om mij met betrekking tot de locatie van dat paaltje op andere gedachten te brengen.
Daar zit meer dan een koppig karakter. Daar zit ook en vooral een autistische denkwijze die meent dat alles, werkelijk alles in het leven, een juiste en een onjuiste vorm/locatie/inhoud heeft.
De zwart wit logica omhels ik, omdat het me rust oplevert in mijn hoofd. Mitsen en maren zijn daarbij niet welkom, omdat ze chaos veroorzaken.
Staat er een piketpaaltje dan is het onrustig makend om te gaan tornen aan het bestaan ervan.
En onrust levert stress op en stress haalt mijn heldere denken onderuit en geeft me een onbehaaglijk gevoel.

Mijn nieuwste tactiek is daarom geworden om zo weinig mogelijk piketpaaltjes te slaan. Weghalen kost zoveel energie!
Ik leef nu in een fijne staat van onwetendheid waarbij ik mijn mening/oordeel zo lang mogelijk uitstel en bereid ben alle nieuwe inbreng mee te nemen in mijn nog lang niet gevormde mening.
Het komt me in veel situaties goed van pas, omdat het me helpt de nuanceringen in beeld te houden en te brengen.

Tegelijkertijd levert het in mijzelf soms een wat al te wankel bestaan op, dat te zeer afhankelijk is van het bestaan van inbreng. Ik kan als het ware pas denken als iemand me concreet iets aanreikt om over te gaan denken. En dan weet ik wel degelijk razendsnel of ik het er mee eens ben of niet, omdat ik de inbreng onmiddellijk toets aan de kennisvoorraad in mijn hoofd en feilloos opmerk of het strookt met eerder gehoorde of gelezen inbreng of daar mee in tegenspraak is en ook of die eventuele tegenspraak voortkomt uit nieuwe informatie of het over het hoofd zien van een element, of dat er onjuistheid aan ten grondslag ligt.
Dat klinkt ingewikkeld.
Het is ook vrij ingewikkeld, omdat het zich grotendeels voltrekt zonder dat ik concreet iets denk. Ik 'voel' als het ware dit is 'juist' of 'onjuist'.
En dat noemen mensen dan weleens 'intuïtie'.
Ik ervaar dat niet zo. Het is een razendsnel denkproces dat vrijwel geheel geautomatiseerd is in mijn hoofd en als ik het rustig zijn gang laat gaan me altijd voorziet van kloppende informatie. Daarvoor heb ik wel nodig dat de stress zo laag mogelijk blijft.
Want is er sprake van stress, dan blokkeert het automatische denksysteem. Dan stokt het. Dan slibt het dicht met stressgedachten. En dan ontstaan er rommelige keuzes, foute aannames en over het hoofd geziene elementen. Dan kan ik totaal niet op mijn eigen denken vertrouwen en heb ik de steun en inbreng nodig van derden die me weer op het juiste kalme spoor terughelpen.

Zeven jaar geleden dacht ik nog dat het wel meeviel, dat autisme van mij.
Inmiddels ben ik er achter dat het een heel specifiek onderdeel is van wie ik ben en hoe ik denk en algeheel functioneer.
Ik heb mijn weg weer gevonden. Mijn hoofd is weer van mij.
En daarover ga ik de komende tijd meer schrijven.
De obstakels die ik zoal tegenkom, de mogelijkheden die ik zoal ontwaar, de vreugden die ik ondervind nu ik weer thuisgekomen ben in mijn eigen denkhoofd.




zondag 17 mei 2020

Voorlopige conclusies in Coronatijd (deel 2)

Waren mijn vorige conclusies nog vrij voor de hand liggend, omdat ik ze in grote lijnen al wel getrokken had, maar nog niet zo scherp in beeld had. Er zijn echter ook conclusies te trekken die een wat ander karakter hebben.
Daarover hieronder meer. (nummering sluit aan op vorige bericht)

5. Spullen dusdanig ordenen dat ze enerzijds in beeld en voor het grijpen liggen en anderzijds niet slordig overkomen is bevredigend, kalmerend en energie opleverend waardoor meer denkruimte ontstaat. 
Dit is een ingewikkelde conclusie, die voortkomt uit de tijd die ik dankzij corona kon besteden aan achterstallig ordenen van mijn bezittingen in een huis dat veel te veel ruimte heeft voor veel te veel spullen die al veel te lang doelloos rondslingeren in hoeken waar ik weinig kom omdat er zoveel rommel te vinden is. Ik heb de afgelopen weken enorm veel opgeruimd en geordend, een proces dat nog wel even door zal gaan voor ik door alle spullen heengegaan ben.
Ik constateer terwijl ik opruim dat ik niet alleen hou van orde, maar ook van ordenen. Dat de handeling me bevalt maakt opruimen tot een aangename bezigheid die het nuttige met het aangename verenigt op een heel speciale wijze.
Met elke ruimte in huis die meer ingericht is volgens het principe dat alles een vaste plek heeft, voel ik de ruimte in mijn hoofd weer toenemen.
Ik had dit in vele boeken allang gelezen. Ik ken het principe 'rommelig huis, rommelig hoofd', maar ondanks die kennis heb ik pas door de fysieke ervaring van de afgelopen weken herontdekt wat ik als puber allang wist: ik heb orde om me heen nodig om optimaal te kunnen functioneren.

6. Druk en rustig heeft een op maat gedoseerde verhouding nodig en dat geldt voor alle zintuigen individueel. 
Ook dit is niet zo eenvoudig als conclusie. Ik wist al dat ik erg gevoelig voor geluid ben. Dat er ruimte moet zijn voor stilte en dat ik soms geluid met geluid kan 'bestrijden' (muziek aanzetten om storende geluiden niet meer als storend te ervaren, geluidsgolven zo op elkaar afstemmen dat ze 'neutraal' mijn oren bereiken), wist ik al.

Dat ik datzelfde principe ook toe kan passen voor beeld is een nieuwe ontdekking. Ik wist al dat rust aan mijn ogen noodzakelijk is op zijn tijd, maar ik merkte door mijn opruimacties dat ik een goede balans moet handhaven tussen rust en drukte. Handhaven van gecreëerde orde in een bepaalde ruimte lukt het meest eenvoudig als er een juiste balans is tussen lege plekken waar mijn blik even op kan rusten en volle plekken waar mijn oog iets te zien heeft dat indrukken geeft.
Als voorbeeld: om een leeg aanrecht eenvoudig voor elkaar te krijgen bleek het nodig om mijn rustige keukenkastjes met een houtmotief te voorzien van een druk motief met veel kleur en vlinders en vogels. Hierdoor is het contrast met het lege aanrechtblad een juiste beeldverhouding voor me en is het zeer bevredigend om de afwas weg te werken.

En het blijkt ook te gelden voor voelen. In maaltijden heb ik behoefte aan verschillende gevoelssensaties, hard en zacht, rouw en gekookt, diversiteit maakt het eten extra smakelijk. Heb ik te weinig balans in de kleurstelling, de smaken en ook de diverse gevoelssensaties dan kan de eetlust me makkelijk vergaan.

Met betrekking tot beweging ben ik nog aan het uitvinden wat een juiste balans zou kunnen zijn. Ik merk dat bewegen ook nauwkeurig komt. In huis en tuin actief zijn zorgt wel voor spiergebruik, maar geeft niet altijd de juiste vorm aan bewegen, waardoor ik toch een lichamelijke onrust kan ervaren hoewel ik fysiek moe ben van wat ik overdag heb gedaan. Hoe dat werkt is nog een puzzel in wording.

7. Een zekere tijdloosheid helpt me om in het hier en nu de juiste momenten voor de juiste dingen te bepalen. 
Dat mijn agenda nu en dan leeg moet zijn om op te kunnen laden besprak ik al onder punt 1 in mijn vorige blog over de voorlopige conclusies. Maar dat is ook om nog een andere reden zinvol.
Ik bemerk bij mezelf dat hoe minder ik op de kloktijd hoef te letten, hoe meer ik ruimte ervaar om in een natuurlijk ritme, passend bij het gevoel van dat moment, activiteiten op te pakken of om te zetten naar andere bezigheden. Heb ik een 'tijdloze' dag, dan eet ik wonderwel rond het middaguur en drink thee op het vaste moment rond een uur of vier waarna ik bijtijds aan het koken ga voor de avondmaaltijd. Moeiteloos voeg ik me naar de natuurlijke tijd die me vertelt dat mijn maag weer vulling nodig heeft. De signalen pik ik ineens op en geef ik gehoor aan.
En op die manier benut ik ook de uren tussen de eet-/drinkmomenten zeer effectief. Ik kan op dergelijke tijdloze dagen bergen verzetten. Tot mijn eigen verwondering vaak.
Nu ik het me meer bewust ben geworden verwondert het me minder en probeer ik het ook actief in te zetten, teneinde mijn natuurlijke ritme beter te gebruiken, waardoor ik minder overbelast raak bij de dingen die ik nu eenmaal moet doen.
Het leven wordt lichter als je meer in een flow kunt handelen en een flow ontstaat als je je eigen ritme kunt benutten.
Dat zie ik ook bij het thuis voor school werken dat mijn zoons zeer goed blijkt te bevallen. In hun eigen ritme voelen ze zich beduidend beter.

8. De wereld is minder belangrijk in mijn dagelijks bestaan dan de wereld me graag wil doen laten geloven. 
In mijn eigen kleine wereld kan ik overzien wat er gaande is en in de hand houden hoe een en ander verloopt. Ik kan me natuurlijk ook bezighouden met wat er in de grote wereld zoal gaande is en tot op zekere hoogte doe ik dat ook, maar het is veel minder noodzakelijk dan media wil doen laten geloven door hun nieuwsbombardementen via kranten, radio en televisie. Het lijkt alsof er nog maar 1 thema bestaat in deze periode, het thema 'corona' en alles hangt er ineens mee samen. Dat komt me niet over als relevant voor mijn dagelijkse leven en van lieverlee ging ik minder en minder luisteren naar wat de media me probeert bij te brengen. Wonderwel lukt het prima om toch op de hoogte te blijven van de belangrijkste zaken. Ik kan dus veel minder tijd besteden aan nieuws, dankzij de coronatijd en de obsessie daaromtrent die elk ander nieuwsfeit naar de achtergrond lijkt te verdringen, omdat het hoe dan ook op de een of andere wijze toch weer aan corona gelinkt lijkt te moeten kunnen worden.